Get Adobe Flash player

postheadericonGalstenen In De Lever – een groot gezondheidsrisico

Denk aan de lever als een grote stad met duizenden huizen en straten. Er zijn ondergrondse pijpen voor het aanvoeren van water, olie en gas. Rioleringenvuilniswagens zorgen voor de afvalproducten. Elektriciteitsleidingen leveren energie aan de huizen en bedrijven. Fabrieken, transportsystemen en winkels voorzien in de dagelijkse behoeften van de inwoners. De stad is zo georganiseerd dat het kan voorzien in alles wat nodig is voor het continue voortbestaan van haar populatie. Helaas, als de stad verlamd raakt als gevolg van stakingen, een falende energietoevoer, een massale terroristische actie of een verwoestende aardbeving, begint de populatie te lijden aan de ernstige tekorten in al deze sectoren.

De lever heeft honderden verschillende functies en is met ieder deel van het lichaam verbonden. Ieder moment van de dag is het betrokken bij het vervaardigen, verwerken en leveren van vaste hoeveelheden voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen voeden de 60 – 100 triljoen bewoners (cellen) van het lichaam. Ieder cel, op zichzelf, is een microscopische stad van immense complexiteit, met biljoenen chemische reacties per seconde. Om de ongelooflijke diversiteit aan activiteiten van alle lichaamscellen zonder onderbreking te onderhouden, moet de lever ze voorzien van een constante stroom voedingsstoffen en hormonen. Met z’n ingewikkelde labyrint van aderen, buizen en gespecialiseerde cellen, moet de lever vrij zijn van iedere obstructie om in staat te zijn een probleemloze productielijn en frictieloze voedingsstoffen- en hormonendistributie door het lichaam te onderhouden.

De lever is het belangrijkste orgaan verantwoordelijk voor verwerking, converteren, distribueren en onderhouden van de ‘brandstofvoorraad’ van het lichaam. Sommige acties betreffen het uitsplitsen van complexe chemicaliën; andere belangrijke zaken betreffen synthese (samenvoegen), in het bijzonder het vervaardigen van eiwitmoleculen. De lever treedt op als een zuiveringsstation, waarbij het hormonen, alcohol en drugs buiten werking stelt. In alle gevallen is het de taak van de lever deze biologisch actieve substanties zo te veranderen dat ze hun potentieel schadelijke effecten verliezen – een proces dat detoxificatie genoemd wordt. Gespecialiseerde cellen in de bloedvaten van de lever (Kupffer cellen) omstuwen de schadelijke elementen en infectueuze organismen die de lever bereiken vanuit het darmkanaal. De lever scheidt het afvalmateriaal dat het resultaat van deze acties is uit via haar galbuizen. Om zich ervan te verzekeren dat dit alles efficiënt gebeurt, ontvangt en filtert de lever ruim 1,5 liter bloed per minuut en produceert het 1,1 – 1,6 liter gal per dag. Verstoppende galstenen kunnen de lever’s capaciteit, om al deze van buiten af komende en intern gegenereerde substanties in het bloed te ontgiften, enorm ondermijnen. Ze hinderen de lever ook om de juiste hoeveelheid voedingstoffen en energie te leveren aan de juiste plekken in het lichaam op het juiste moment. Dit kan de delicate balans in het lichaam, bekend als ‘homeostasis’, verstoren. Wat leidt tot disfunctioneren van het systeem en de organen.

Een goed voorbeeld van zo’n verstoorde balans is de toegenomen concentratie van de endocriene hormonen oestrogeen en aldosteron in het bloed. Deze hormonen, zowel in mannen als vrouwen geproduceerd, zijn verantwoordelijk voor het vasthouden van de juiste mate van zout en water. Wanneer ze niet ontgift worden, wat gebeurt bij de congestie van de galbuizen en galblaas, veroorzaakt hun excessief hoge concentratie in het bloed voor opzwellen en het vasthouden van water. Hoge concentraties oestrogeen worden ook beschouwd als de belangrijkste oorzaak van borstkanker bij vrouwen. Bij mannen kunnen hoge niveaus van dit hormoon de excessieve ontwikkeling van borstweefsel veroorzaken. Bijna 60 % van de Amerikaanse bevolking heeft overgewicht of is zwaarlijvig; dat wil zeggen, ze lijden aan vocht vasthouden (met relatief weinig vet opstapeling). Vocht vasthouden in de weefsels dwingt ertoe dat ander toxisch afvalmateriaal moet worden afgezet in verschillende delen van het lichaam. Wanneer de opslagcapaciteit voor toxines is uitgeput, beginnen ziektesymptomen te verschijnen.

De lever en de galblaas zuiveren van alle opeengehoopte stenen, helpt de homeostasis en een gebalanceerd gewicht te herstellen en het schept de voorwaarde voor het lichaam om zichzelf te genezen; het is tevens één van de beste voorzorgsmaatregelen die iemand kan nemen tegen toekomstige ziekten

 

Als je aan één van de volgende symptomen of vergelijkbare condities lijdt, heb je waarschijnlijk talloze galstenen in je lever en galblaas:

  • Slechte eetlust
  • Diarree
  • Hernia
  • Zeurende pijn aan de rechter kant
  • Hepatitis
  • Pancreatitis
  • Zweren in de twaalfvingerige darm
  • Depressiviteit
  • Prostaatziekte
  • Menstruatie en menopauze problemen
  • Huidproblemen
  • Verlies van spierspanning
  • Pijn op de top van een schouderblad en / of tussen de schouders
  • Tong die glanzend is of wit of geel
  • Stijve schouder
  • Hoofdpijnen en migraines
  • Sciatica
  • Knieproblemen
  • Chronisch Moeheidssyndroom (ME)
  • MS
  • Overmatige hitte en transpiratie in het bovenste deel van het lichaam
  • Moeite met inslapen, insomnia
  • Hitte en kou vlagen
  • Snaaien van snacks
  • Constipatie
  • Winderigheid
  • Moeite met ademhalen
  • De meeste infecties
  • Hartziekte
  • Misselijkheid en overgeven
  • Gewrichtsziekten
  • Zwaarlijvigheid
  • Kanker
  • Uitermate koud hebben
  • Sneden of wonden hebben die blijven bloeden en niet willen genezen
  • Stijfheid in de gewrichten en spieren
  • Impotentie
  • Urine problemen
  • Problemen met het zien
  • Levervlekken, in het bijzonder die op de rug van de hand en in het gezicht
  • excessief gewicht of slechte vertering
  • Donkere kleur onder de ogen
  • Scoliosis
  • Stijve nek
  • Tand en tandvlees problemen
  • Verdoving en verlamming van de benen
  • Osteoporosis
  • Nierziekten
  • Ziekte van Alzheimer
  • Erg vet haar en haar uitval
  • Nachtmerries
  • Spijsverteringsproblemen
  • Klei-kleurige ontlasting
  • Hemorrhoids
  • Levercirrhosis
  • Hoge cholesterol
  • Hersenproblemen
  • Een ‘galachtige’ of kwade persoonlijkheid
  • Andere seksuele problemen
  • Hormonale disbalans
  • Opgezette ogen
  • Duizeligheid en flauwvallen
  • Erge schouder- en rugpijn
  • Jicht
  • Astma
  • Geelachtige ogen en huid

 

Het Belang Van Gal

Een van de lever’s meest belangrijke functies is om gal te produceren, ongeveer 1,1 – 1,6 liter per dag. Gal is een kleverige, geelachtige vloeistof die alkalisch (versus zuur) is en het heeft een erg bittere smaak. De meeste voeding kan niet goed verteerd worden zonder gal. Om bijvoorbeeld de dunne darm in staat te stellen vet en calcium te absorberen uit de voeding die je eet, moet het voedsel eerst gemengd worden met gal. Als vet niet goed verteerd wordt, is dat een indicatie dat de galafscheiding onvoldoende is. Het onverteerde vet blijft in het darmstelsel. Wanneer het vet de colon bereikt, samen met andere afvalproducten, breken bacteriën er een deel van af in vettige zure componenten, of anders wordt het uitgescheiden met de ontlasting. Aangezien vet lichter is dan water, kan het de ontlasting laten drijven. Als vet niet geabsorbeerd wordt, wordt calcium ook niet geabsorbeerd, waardoor het bloed met een tekort komt te zitten. Het bloed neemt haar calcium vervolgens van de botten. De meeste botdichtheidsproblemen met te broze botten komen eigenlijk door onvoldoende galafscheiding en een slechte vertering van vetten, in plaats van door het niet genoeg eten van calcium.

Afgezien van het afbreken van vetten uit onze voeding, verwijdert gal ook toxines uit de lever. Eén van de minder bekende maar extreem belangrijke functies van gal is het ontzuren en zuiveren van de darmen. Als galstenen in de lever of galblaas de galstroom op kritieke wijze hebben gehinderd, kan de kleur van de ontlasting geelbruin, oranjegeel, of flets zijn als klei, in plaats van de normale groenbruine kleur. Galstenen zijn één resultaat van een ongezond dieet en levensstijl. Als er nog steeds stenen in de lever aanwezig zijn nadat alle andere ziekteverwekkende factoren geëlimineerd zijn, vormen ze nog steeds een aanzienlijk gezondheidsrisico en kunnen ze leiden tot ziekte en vroegtijdig verouderen. Om deze reden worden galstenen hier beschouwd als een groot risicofactor bij het veroorzaken van ziekte. De volgende stukken beschrijven een aantal van de belangrijkste consequenties die galstenen in de lever hebben met betrekking tot de verschillende organen en systemen in het lichaam. Door deze stenen te verwijderen, is het lichaam in staat z’n normale, gezonde activiteiten weer op te nemen.

Verstoring Van Het Spijsverteringssysteem

Er zijn vier hoofdactiviteiten in het voedingstraject van ons spijsverteringssysteem: Opname, Digestie (spijsvertering), Absorptie, en Eliminatie. Het voedingskanaal begint bij de mond, passeert door de thorax, abdomen en bekkengebied, en eindigt bij de anus. Wanneer de voeding wordt opgenomen, begint er een serie spijsverteringsprocessen op gang te komen. Deze kan verdeeld worden in de mechanische uitsplitsing van voeding door masticatie (kauwen) en de chemische uitsplitsing van voeding door enzymen. Deze enzymen zijn aanwezig in de afscheidingen die door de klieren van het spijsverteringssysteem geproduceerd worden.

Enzymen zijn minieme chemische substanties die chemische veranderingen in andere substanties bewerkstelligen of het proces versnellen, zonder zelf te veranderen. Spijsverteringsenzymen zitten in het speeksel van de speekselklieren in de mond, de maagsappen in de maag, de darmsappen in de dunne darm, het pancreassap in de pancreas, en de gal in de lever.

Absorptie is het proces waarbij kleine deeltjes voedingsstoffen van het verteerde voedsel door de wanden van de darmen in het bloed en de lymfevaten terechtkomen om naar de lichaamscellen getransporteerd te worden. De darmen elimineren als feces ieder voedselbestanddeel dat niet verteerd of geabsorbeerd kan worden. Feces bevat ook gal, wat de afvalproducten bevat van het afbraakproces (catabolisme) van de rode bloedcellen. Ter aanvulling, éénderde van het uitgescheiden afval bestaat uit darmbacteriën. Het lichaam kan alleen soepel en efficiënt functioneren als de darmen dagelijks het per dag verzamelde afvalmateriaal verwijdert. Gezondheid is het natuurlijke resultaat van het gebalanceerde functioneren van elk van deze hoofdactiviteiten in het spijsverteringssysteem. Aan de andere kant, ontstaat er ziekte zodra één of meer van deze functies zijn beschadigd. De aanwezigheid van galstenen in de lever en galblaas heeft een sterk verstorende invloed op de digestie enabsorptie van voeding, evenals op de eliminatie van afval.


Mondziekten

Galstenen in de lever en de galblaas kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor bijna iedere ziekte in de mond. De stenen hinderen de digestie en absorptie van voeding, wat afvalmateriaal dat bedoelt is om geëlimineerd te worden, op zijn beurt dwingt in het darmstelsel te blijven. Bacteriële infectie (thrush) en virus infectie (herpes) in de mond ontstaan alleen wanneer afval desintegreert en een bron van vergiftiging in het lichaam wordt. De verstrikt geraakte toxine irriteert constant delen van het maagdarmtraject (wat begint in de mond en eindigt in de anus) totdat er ontstekingen of zweren verschijnen. Het beschadigde celweefsel ‘nodigt’ meer microben uit naar de plek des onheil om de cellulaire brokstukken te helpen opruimen. Dit is een normaal fenomeen dat overal in de natuur gezien wordt wanneer er iets moet worden afgebroken. Bacteriën vallen nooit iets aan, dat wil zeggen infecteren niets dat schoon, vitaal en gezond is als hangend fruit aan een boom. Pas wanneer het fruit overrijp wordt en op de grond valt, beginnen de bacteriën hun schoonmaakwerk. Zodra bacteriën voedsel of (lichaams)vlees beginnen af te breken, is er sprake van de aanwezigheid van toxines. Deze toxines kunnen herkent worden aan hun onaangename geur en zure karakter. Als ze in het lichaam gegenereerd worden, is het alleen maar logisch dat er ziekte ontstaat.

Thrush indiceert de aanwezigheid van grote hoeveelheden bacteriën die zich verspreid hebben door het maagdarm traject, waaronder het mondgebied. Het verschijnt in de mond, omdat de slijmwand daar niet langer sterk genoeg is om haar cellen in goede fysieke conditie te houden. Aangezien het belangrijkste deel van het immuunsysteem gelokaliseerd is in de slijmwanden van het maagdarm traject, indiceert thrush een grote zwakte in de algemene lichaamsimmuniteit tegen ziekten.

Herpes, wat beschouwt wordt als een virale ziekte, is gelijk aan thrush, met het volgende verschil. Waar bacteriën de buitenkant van de cel aanvallen, valt het virale materiaal van binnenuit of de kern aan. In beide gevallen, vallen de aanvallers slechts zwakke en ongezonde cellen aan, diegene die al beschadigd of disfunctioneel zijn. Daarbij komt dat galstenen veel bacteriën en virussen herbergen, die de lever ontsnapt zijn via de afgescheiden gal en zij infecteren die delen van het lichaam die de minste weerstand hebben.

Galstenen kunnen tot andere problemen in de mond leiden. Ze verhinderen de juiste galafscheiding, wat de eetlust vermindert, evenals de afscheiding van speeksel door de speekselklieren in de mond. Speeksel is nodig om de mond te reinigen en om het weefsel zacht en plooibaar te houden. Als er niet genoeg speeksel is, beginnen schadelijke bacteriën de mondholte te schenden. Dit kan tot tandbederf leiden en andere aanverwante problemen. Maar, nogmaals, bacteriën veroorzaken de tandbederf niet; de bacillen worden alleen aangetrokken naar die gebieden die al ondervoed en toxisch zijn.

Een bittere smaak in de mond wordt veroorzaakt door gal dat teruggestroomd is in de maag en vandaar naar de mond. Deze conditie ontstaat door enorme congestie in de darmen. In plaats van op juiste manier door te schuiven, wordt een deel van de darminhoud teruggeduwd en dit brengt gas en andere irriterende bestanddelen in de hogere regionen van het maagdarm stelsel. Gal in de mond verandert de pH-waarde (zuur- base balans) van het speeksel dramatisch, wat de zuiverende eigenschappen vermindert en de mond vatbaar maakt voor infecties.

Een mondzweer op de onderlip indiceert een gelijktijdige ontsteking in de dikke darm. Herhaalde verschijning van zweren in één van de mondhoeken duidt op de aanwezigheid van zweren in de twaalfvingerigedarm, afhankelijk van hun locatie indiceren ze ontstekingen in corresponderende gebieden in het voedselkanaal, zoals de maag, dunne darm, appendix en dikke darm.

Maagziekten

Zoals ik al benoemd heb, kunnen galstenen en dien tengevolge spijsverteringsproblemen, leiden tot het terugstromen van galzuren en galzouten in de maag. Zo’n gebeurtenis verandert de samenstelling en hoeveelheid slijm dat in de maag wordt gemaakt, ongunstig. Het slijm is bedoeld om het oppervlakte van de maagwand te beschermen tegen de destructieve effecten van zoutzuur. De conditie waarbij dit beschermende ‘veld’ verbroken of beschadigd is, staat bekend als gastritis.

Gastritis kan in acute of chronische vorm verschijnen. Wanneer de oppervlakte cellen (epithelium) van de maag blootgesteld worden aan zure maagsappen, absorberen de cellen waterstofionen. Dit verhoogt hun interne zuurheid, compenseert hun basismetabolische processen en veroorzaakt een ontstekingsreactie. In meer ernstiger gevallen kunnen er zweren in de muscosa (maagzweren) ontstaan, evenals bloedingen, perforatie van de maagwand en peritonitis, een conditie die ontstaat wanneer een zweer zich door de gehele dikte van de maag of duodenum heen werkt en hun inhoud terechtkomt in de buikholte.

Zweren in de twaalfvingerige darm ontstaan wanneer zuur dat de maag verlaat de bekleding van de duodenum aantast. In veel gevallen is de productie van zuur enorm hoog. Teveel voedingsmiddelen eten die een sterke zuur afscheiding vereisen, evenals het inadequaat combineren van levensmiddelen (zie voor meer details ‘The Key to Health and Rejuvanation’ van de auteur), verstoren vaak een gebalanceerde zuurproductie.

Esophageale reflux, algemeen bekend als ‘brandend maagzuur’, is een conditie waarbij maagzuur terugstroomt in de oesophagus (slokdarm) en irritatie veroorzaakt aan het weefsel dat de oesophagus bedekt.

Er zijn een aantal andere oorzaken van gastritis en brandend maagzuur. Waaronder overeten, excessieve alcoholconsumptie, zwaar roken, iedere dag koffie drinken, grote hoeveelheden dierlijke eiwitten en dierlijke vetten eten, röntgenstraling, cytotoxische medicijnen, aspirine en andere ontstekingremmende medicijnen, voedselvergiftiging, erg gekruid voedsel, uitdroging, emotionele stress, enz. Dit alles veroorzaakt ook galstenen in de lever en galblaas, waardoor een vicieuze cirkel in gang gezet wordt en verdere complicaties in het maagdarm stelsel toenemen. Uiteindelijk kunnen er kwaadaardige maagtumoren ontstaan.

De meeste medische artsen geloven op dit moment dat maagzweren veroorzaakt worden door een ‘beestje’. Door het beestje met antibiotica te bestrijden, ontstaat er meestal verlichting en verdwijnt de zweer. Hoewel het medicijn niet garandeert dat de zweer niet zal weerkeren, is er een hoog ‘genezingspercentage’. Maar dergelijke genezingen worden vaak vergezeld door neveneffecten.

De infectie door deze beestjes is alleen maar mogelijk omdat er al beschadigd celweefsel in de maag is. In een gezonde maag blijkt hetzelfde beestje volledig onschadelijk te zijn. Zoals hierboven beschreven kunnen galstenen in de lever en galblaas leiden tot het regelmatig terugstromen van gal in de maag, wat een toenemend aantal maagcellen beschadigt. Antibiotica vernietigt de natuurlijke flora in de maag, waaronder de bacteriën die normaal gesproken helpen bij het afbreken van de beschadigde cellen. Dus hoewel de antibiotica aanpak een snelle verlichting van de symptomen tot gevolg heeft, veroorzaakt het ook permanent verminderde maagprestatie, wat het lichaam voor meer serieuze uitdagingen stelt dan het hanteren van zweren. ‘Shortcuts’ (een kortere weg nemen) met betrekking tot genezen loont zelden. Aan de andere kant verdwijnen maagproblemen spontaan zodra alle bestaande galstenen zijn verwijderd, en een gezond dieet en een gebalanceerde levensstijl op regelmatige basis gehandhaafd wordt.

Pancreasziekten

De pancreas (alvleesklier) is een kleine klier met z’n hoofd liggend in de bocht van de duodenum (twaalfvingerige darm). Zijn hoofdbuis voegt zich samen met het hoofdgalkanaal (van de lever en galblaas) om, wat bekend staat als de ampulla van het galkanaal, te vormen. De ampulla bereikt de duodenum halverwege. Afgezien van het produceren van de hormonen insuline en glucagon, produceert de pancreas pancreassap welke enzymen bevat die koolhydraten, eiwitten en vetten verteren. Wanneer de zure maaginhoud de duodenum binnenkomt, wordt ze gemengd met pancreassap en gal. Dit creëert de juiste zuur-base balans (pH waarde) waarbij de pancreas enzymen het meest effectief zijn (zowel gal als pancreassap is base).

Galstenen in de lever of galblaas beperken de galafscheiding van een normale hoeveelheid van 1,6 liter per dag naar zo weinig als één kopje per dag. Dit verstoort het spijsverteringsproces ernstig, in het bijzonder als er vet of levensmiddelen waarin vet zit, geconsumeerd wordt. Bij gevolge blijft de pH te laag, wat de werking van de pancreas enzymen hindert, evenals die worden afgescheiden door de dunne darm. Het eindresultaat is dat het voedsel slechts gedeeltelijk verteerd is. Onjuist verteerd voedsel dat verzadigd raakt met zoutzuur van de maag kan een erg irriterend, toxisch effect hebben op het gehele darmtraject.

Als een galsteen verschoven is van de galblaas in de ampulla, waar het hoofdgalkanaal en de pancreasbuizen samenkomen, wordt het vrijkomen van de pancreassappen verhindert en stroomt er gal in de pancreas. Dit zorgt voor geactiveerde eiwitsplitsende pancreas enzymen in de pancreas, terwijl ze normaal alleen geactiveerd worden in de duodenum Deze enzymen beginnen delen van het weefsel van de pancreas aan te tasten, wat leidt tot een infectie, etter en locale trombose. Deze gesteldheid is bekend als pancreatitis.

Galstenen die de ampulla verstoppen, veroorzaken bacteriën, virussen en toxines in de pancreas, wat leidt tot verdere beschadiging van de pancreascellen en uiteindelijk tot kwaadaardige tumoren. De tumoren verschijnen voornamelijk ik de kop van de pancreas, waar ze de stroom gal en pancreassappen hinderen. Deze gesteldheid gaat vaak vergezeld met geelzucht (voor meer details, zie ‘Leverziekten’).

Galstenen in de lever, galblaas en ampulla kunnen ook verantwoordelijk zijn voor beide typen diabetes – insuline-afhankelijk en niet insuline-afhankelijk. Al mijn patiënten met gediagnosticeerde diabetes, waaronder kinderen, hadden grote hoeveelheden stenen in hun lever. Iedere zuivering verbeterde hun gesteldheid, vooropgesteld dat ze een gezondheidskuur en een dieet zonder dierlijke producten volgden (zie ook ‘Excessieve eiwitconsumptie’ in Hoofdstuk 3).

Leverziekten

De lever is de grootste klier in het lichaam. Het weegt tot zo’n 1,5 kilo, het hangt achter de ribben bovenin de rechterkant van de abdomen (buik) en het spant zich uit over bijna de gehele breedte van het lichaam. Het is verantwoordelijk voor honderden verschillende functies en daarmee is het ’t meest complexe en actieve orgaan in het lichaam.

Aangezien de lever de taak heeft om de vitale ‘brandstoffenvoorraad’ (d.w.z. voedingsstoffen en energie) van het lichaam te bewerken, te converteren, te distribueren en te onderhouden, heeft alles wat deze functies hindert een serieuze, nadelige impact op de gezondheid van de lever en het lichaam als geheel. De ernstigste interferentie komt van de aanwezigheid van galstenen.

Naast het produceren van cholesterol, een essentieel bouwmateriaal voor de orgaancellen, hormonen en gal, produceert de lever ook hormonen en eiwitten die beïnvloeden hoe het lichaam functioneert, groeit en geneest. Het maakt ook nieuwe aminozuren en het convergeert bestaande in eiwitten. Deze eiwitten zijn de hoofdbestanddelen van de cellen, hormonen, neurotransmitters, genen, enz. Andere essentiële functies van de lever betreffen het afbreken van afgedankte cellen, het recyclen van ijzer en het opslaan van vitaminen en voedingsstoffen. Galstenen zijn een gevaar voor al deze vitale taken.

Los van het afbreken van alcohol in het bloed, ontgift de lever ook schadelijke substanties, bacteriën, parasieten en bepaalde componenten van chemische medicijnen. Het gebruikt specifieke enzymen om het afval of het gif om te zetten in substanties die veilig uit het lichaam geleid kunnen worden. De lever filtert zo’n 1,5 liter bloed iedere minuut. Het meeste van de gefilterde afvalproducten verlaat de lever via de galstroom. Galstenen die de leverkanalen verstoppen, zorgen voor hoge toxische niveaus in de lever en uiteindelijk leiden ze tot leverziekten.

Deze ontwikkeling wordt verder verslechterd door het gebruik van farmaceutische medicijnen, die normaal afgebroken worden door de lever. De aanwezigheid van galstenen voorkomt hun detoxificatie, wat een ‘overdosis’ en verschrikkelijke bijwerkingen kan veroorzaken. Het betekent ook dat de lever de kans loopt beschadigt te raken door de afbraakproducten waarop het ageert.

Alcohol wat niet op de juiste wijze ontgift is, kan vergelijkbare problemen veroorzaken. De galstenen verstoren de structuur van de leverlobulae, wat de belangrijkste delen zijn waaruit de lever is samengesteld (er zijn meer dan 50.000 van zulke eenheden in de lever). Met als gevolg dat de bloedcirculatie, van en naar deze lobulae en de cellen waaruit ze bestaan, extreem moeilijk wordt. Bovendien zijn de levercellen genoodzaakt de galproductie te verminderen. Zenuwvezels raken beschadigd. Langdurige verstikking beschadigt of vernietigt uiteindelijk de levercellen en de –kwabben. Er vindt een geleidelijke vervanging plaats van de beschadigde cellen door bindweefsel, wat een verdere obstructie veroorzaakt evenals een verhoogde druk in de bloedvaten van de lever. Als het regenereren van de levercellen niet gelijk op gaat met de schade, is levercirrose nabij. Levercirrose leidt over het algemeen tot de dood.

Leveruitval treedt op zodra er zoveel levercellen beschadigd zijn dat er een onvoldoende aantal overblijft om de verscheidene belangrijke en vitale functies van het orgaan uit te voeren. Gevolgen van leveruitval zijn onder andere, sufheid, verwarring, trillen van de handen, bloedsuikerdaling, infectie, nieruitval en het vasthouden van vocht, ongecontroleerde bloedingen, coma en dood. De krachten van het herstelvermogen van de lever zijn echt opmerkelijk. Als de galstenen zijn verwijderd en alcohol- en medicijngebruik is gestaakt, zullen er geen lange termijn problemen zijn, ondanks dat de meeste van de levercellen vernietigd waren tijdens de ziekte. Wanneer de cellen opnieuw groeien, doen ze dit in een geordende manier waardoor normaal functioneren mogelijk blijft. Dit is mogelijk, omdat bij leveruitval (in tegenstelling tot levercirrose) de basisstructuur van de lever niet wezenlijk verstoort is.

Acute hepatitis ontstaat zodra hele groepen cellen beginnen af te sterven. Galstenen zijn een schuilplaats voor grote hoeveelheden viraal materiaal, dat de levercellen kan binnendringen en infecteren, wat celdegenererende veranderingen veroorzaakt. Als galstenen in aantal en grootte toenemen, en meer cellen geïnfecteerd raken en afsterven, beginnen hele lobulae in te storten en bloedvaten beginnen knikken te ontwikkelen. Dit beïnvloedt de bloedcirculatie naar de overgebleven cellen enorm. De omvang van de schade, die deze veranderingen op de lever en z’n algehele prestatie hebben, hangt af van de mate van verstopping veroorzaakt door galstenen in de leverkanalen. Leverkanker ontstaat pas na jaren van progressieve occlusie (toenemende verstopping van de leverkanalen. Dit geldt ook voor tumoren in de lever die voortkomen uit tumoren in het maagdarm traject, de longen of de borst.

De meeste leverinfecties (type A, type B, en type non-A en type non-B) verschijnen zodra er een aantal leverlobulae verstopt zijn met galstenen, wat in een heel vroeg stadium kan gebeuren. Een gezonde lever en immuunsysteem zijn perfect in staat om virusmateriaal te vernietigen, ongeacht of het virus uit de externe omgeving afkomstig is of dat het ’t bloed op een andere manier binnen gedrongen is. De meeste mensen die aan deze virussen blootgesteld worden, worden nooit ziek. Als er echter grote hoeveelheden galstenen aanwezig zijn, wordt de lever toxisch en kan het zichzelf niet verdedigen tegen virale infecties.

Galstenen kunnen heel veel levende virussen huisvesten. Zodra een aantal van deze virussen losbreken, en het bloed binnendringen, kunnen ze chronische hepatitis veroorzaken. Niet-virale infecties van de lever worden veroorzaakt door bacteriën die zich verspreiden vanuit de galkanalen die verstopt zijn met galstenen.

De aanwezigheid van galstenen in de galkanalen vermindert ook het vermogen van de levercellen om toxische substanties te hanteren, zoals chloroform, cytotoxische medicijnen, anabole steroïden, alcohol, aspirine, schimmels, voedseltoevoegingen, enz. Wanneer dit gebeurt, ontwikkelt het lichaam een hypergevoeligheid voor deze voorspelbaar toxische substantie, evenals voor andere minder voorspelbare substanties die in talloze medicijnen gevat zitten.

Veel allergieën komen voort uit zo’n hyperovergevoeligheid. Om diezelfde reden kan er ook sprake zijn van een drastische toename van toxische neveneffecten die het gevolg zijn van het gebruiken van medicijnen, bijwerking waarvan de Federal Drug Administration (FDA) en farmaceutische bedrijven zich mogelijk niet eens bewust zijn.

De meest voorkomende vorm van geelzucht is het gevolg van galstenen die vastzitten in het galkanaal dat leidt naar de duodenum en / of van galstenen en bindweefsel dat het de samenhangende structuur van de leverlobulae vervormt. De doorstroming van gal door de galkanalen (canaliculi) is geblokkeerd en de levercellen kunnen niet langer gekoppeld worden en galpigment, bekend als bilirubine afscheiden. Dit heeft tot gevolg dat er een opeenhoping van zowel gal als van bestanddelen waaruit gal gevormd wordt, ontstaat in de bloedstroom. Als bilirubine zich opeenhoopt, maakt dat de huid vlekkerig. De bilirubineconcentratie kan tot drie maal de normale waarde bereiken, voordat er een gele verkleuring van de huid en het oogwit ontstaat. Ongebonden bilirubine heeft een toxisch effect op de hersencellen. Geelzucht kan ook veroorzaakt worden door een tumor in de kop van de pancreas.

Ziekten Van De Galblaas En Galkanalen

De lever scheidt gal af, wat via de twee leverkanalen in het hoofdgalkanaal stroomt. Het hoofdgalkanaal loopt zo’n 38 cm (1,5 inch) door totdat het zich voegt bij de buis die van de galblaas komt.Voordat het gal zijn weg vervolgt door het hoofdgalkanaal naar het darmstelsel, moet het in de galblaas stromen. De galblaas is een peervormig zakje dat uit het galkanaal puilt. Het zit bevestigt aan de achterkant van de lever.

Een normale galblaas bevat in het algemeen 56,8 ml gal. De gal in de galblaas in de galblaas is echter niet van dezelfde samenstelling als toen het de lever verliet. In de galblaas is zo’n grote resorptie van zout en water dat het volume van de gal gereduceerd wordt tot slechts één tiende van de oorspronkelijke hoeveelheid. Galzouten worden niet geabsorbeerd, wat betekent dat hun concentratie zo’n tien maal verhoogd wordt. Er wordt echter slijm toegevoegd aan de gal, wat het in een dikke slijmerige massa verandert. Zijn sterke concentratie maakt gal tot het krachtige spijsverteringssap dat het is.

De spieren in de wanden van de galblaas trekken samen en stoten de gal uit zodra zuur voedsel en eiwitproducten de duodenum vanuit de maag binnenkomen. Een meer specifieke activiteit wordt gesignaleerd wanneer voeding met een hoog vetgehalte de duodenum binnenkomt. De galzouten in het gal emulgeren het vet en ondersteunen de vertering ervan. Zodra de galzouten hun werk hebben gedaan en het geëmulgeerd vet voor absorptie in de darmen heeft achtergelaten, gaan ze verder door het darmstelsel. Het merendeel wordt aan het einde van de dunne darm geabsorbeerd en teruggevoerd naar de lever. Daar wordt het opnieuw in de gal verzameld en in de duodenum uitgescheiden.

(Noot: darmverstopping vermindert de hoeveelheid galzouten die nodig is voor de juiste galproductie en vetvertering aanzienlijk.)

Galstenen zijn voornamelijk samengesteld uit cholesterol of calcium of pigmenten, zoals bilirubine. Cholesterol is de meest voorkomende constitutie, maar veel van de stenen zijn van gemengde samenstelling. Behalve cholesterol, calcium, en galpigmenten kunnen ze galzouten, water en slijm, evenals toxines, bacteriën en, soms, parasieten, bevatten. Het is typisch voor stenen in de galblaas dat ze acht jaar kunnen groeien voordat er merkbare symptomen verschijnen. Grotere stenen zijn over het algemeen verkalkt en kunnen gemakkelijk opgespoord worden met behulp van radiologie of echografie. Vijfentachtig procent van de galstenen die in de galblaas gevonden worden, hebben een afmeting van 2 centimeter in doorsnee, hoewel sommige wel 6 centimeter doorsnee kunnen worden. Ze worden gevormd wanneer, er door redenen die verderop besproken worden, de gal in de galblaas oververzadigd raakt en de niet geabsorbeerde bestanddelen hard beginnen te worden.

Als een galsteen uit de galblaas glipt en ingeklemd raakt in het hoofdgalkanaal, is er een erg sterke spastische contractie van de wand van het kanaal. De contractie helpt de steen verder te verschuiven. Dit veroorzaakt erge pijn, bekend als galkoliek en wordt vergezeld met aanzienlijke zwelling van de galblaas. Als de galblaas volgepakt zit met stenen, gaat dit ook gepaard met extreem pijnlijke, spastische spiercontracties.

Galstenen kunnen irritatie en ontsteking veroorzaken aan de binnenkant van de galblaas, evenals aan de hoofdgalbuizen. Deze gesteldheid staat bekend als cholecystitis. Daar overheen kan er sprake zijn van een microbe infectie. Het ontstaan van zweren op het weefsel tussen de galblaas en duodenum of colon, met fistelvorming en weefselverkleving, is niet ongebruikelijk.

Galblaasziekte ontstaat meestal in de lever. Wanneer de leverlobulae structureel verstopt raken door de aanwezigheid van galstenen en uiteindelijk ook het bindweefsel, begint de veneuze bloeddruk te stijgen in de poortader. Dit op zijn beurt verhoogt de bloeddruk in de galblaasader wat veneus bloed afvoert van de galblaas in de poortader. De onvolledige eliminatie van afvalproducten door het galkanaal veroorzaakt een opeenhoping van zuur afval in het weefsel van de galblaas. Dit vermindert geleidelijk aan de werking van de galblaas. De vorming van galstenen is slechts een kwestie van tijd.

Darmziekten

De dunne darm ligt in het verlengde van de maag bij het pyloric sphincter (sluitspier van de maag) en heeft een lengte van 5 – 6 meter. Het mondt uit in de dikke darm, welke 1 – 1 ½ meter lang is. De dunne darm scheidt darmsappen af om de vertering van koolhydraten, eiwitten en vetten te completeren. Het absorbeert tevens de voedingsstoffen die nodig zijn om het lichaam te voeden en te onderhouden, en het te beschermen tegen infectie door microben die de anti-microbiële actie van zoutzuur in de maag overleefd hebben.

Zodra zuur voedsel (chyme) vanuit de maag de duodenum binnenkomt, mengt het zich eerst met gal en pancreassap, en daarna met darmsappen. Galstenen in de lever en galblaas verminderen de afscheiding van gal drastisch, wat het vermogen van het pancreassap aantast om koolhydraten, eiwitten en vetten te verteren. Dit op zijn beurt weerhoudt de dunne darm ervan om de voedingsstoffen van dit voedsel (d.w.z. monosaccharides uit koolhydraten, aminozuren uit eiwitten, vetzuren en glycerol uit vetten) op de juiste wijze te absorberen.

Aangezien de beschikbaarheid van gal in de darmen van essentieel belang is voor de absorptie van vetten, calcium, vitamine K, kunnen galstenen leiden tot levensbedreigende ziekten, zoals hartziekten, osteoporose en kanker. De lever gebruikt de in vet oplosbare vitamine K om bestanddelen te produceren, die verantwoordelijk zijn voor het stollen van bloed. In geval van beperkte vitamine K absorptie, kan hemorrhagie (bloedingen) ontstaan. Deze vitamine kan niet adequaat geabsorbeerd worden indien er een probleem is met de vertering van vet, als gevolg van een gebrek aan gal, pancreaslipase, en een bepaalde hoeveelheid pancreasvet. Voor wat de laatstgenoemde reden betreft, een vetarm dieet volgen kan iemands leven in gevaar brengen. Calcium is noodzakelijk voor het verharden van botten en tanden, de stremming van bloed en het mechanisme van spiercontractie. Wat geldt voor vitamine K, geldt ook voor alle andere in vet oplosbare vitaminen, waaronder vitamine A, E en D. Vitamine A en caroteen worden alleen maar goed geabsorbeerd door de dunne darm als de vetabsorptie normaal is. Als de vitamine A absorptie inefficiënt is, raken de epitheelcellen beschadigd. Deze cellen vormen een essentieel onderdeel van alle organen, bloedvaten, lymfevaten, enz. in het lichaam. Vitamine A is ook nodig om gezonden ogen te behouden en te beschermen tegen of het verminderen van microbiële infectie. Vitamine D is essentieel voor de verkalking van botten en tanden. Hierbij merk ik op dat het innemen van deze vitaminen als supplement het probleem of gebrek niet oplost. Kort samengevat, zonder normale galafscheiding kunnen deze vitaminen niet op de juiste wijze verteerd en geabsorbeerd worden, en daardoor kan er aanzienlijke schade ontstaan aan het lymfe- en urinesysteem.

Niet adequaat verteerd voedsel heeft de neiging te fermenteren en te bederven in de dunne en dikke darm. Ze trekken een bepaalde hoeveelheid bacteriën aan om dit afbraakproces te versnellen. De afvalproducten zijn vaak erg giftig, evenals de chemicaliën die door de bacteriën geproduceerd worden. Dit alles irriteert de slijmerige wand ernstig, welke één van de voornaamste verdedigingslinies van het lichaam is tegen ziekteveroorzakende stoffen. Regelmatige blootstelling aan deze toxines vermindert het immuunsysteem van het lichaam waarvan 60 % in de darmen gelokaliseerd wordt. Overbelast door een constante instroom van toxines, kunnen de dunne en dikke darm getroffen worden door een aantal verstoringen, waaronder diarree, constipatie, darmgas, ziekte van Crohn, ulcerative colitis, diverticular disease, hernias, poliepen, dysenterie, appendicitis (blinde darmontsteking), volvulus, intussusceptions, evenals goedaardige en kwaadaardige tumoren.

Royale galstroom onderhoudt een goede spijsvertering en absorptie van voeding en het heeft een sterk reinigende werking op het darmtraject. Ieder deel van het lichaam is afhankelijk van de basis voedingsmiddelen die beschikbaar gesteld worden door het spijsverteringssysteem, evenals van het efficiënt verwijderen van afvalproducten van het spijsverteringssysteem. Galstenen in zowel de lever als de galblaas verstoren deze beide vitale processen aanzienlijk. Om die reden kunnen ze verantwoordelijk gehouden worden voor de meeste, zo niet alle, verschillende soorten aandoeningen die het lichaam kunnen teisteren. De verwijdering van galstenen helpt de spijsverterings- en eliminatiefuncties te normaliseren, het celstofwisselingsproces te verbeteren en de balans in het gehele lichaam te onderhouden.

Verstoringen Van Het Circulatiesysteem

Om het begrijpelijker te kunnen beschrijven, heb ik het circulatiesysteem in twee belangrijke delen onderverdeeld, het bloedcirculatiesysteem en het lymfesysteem. Het bloedcirculatiesysteem bestaat uit het hart, dat als een pomp fungeert, en de bloedvaten, waardoor het bloed circuleert.

Het lymfesysteem bestaat uit de lymfeknopen en de lymfevaten waardoor het kleurloze lymfe vloeit. Er is drie maal zoveel lymfe als bloed in het lichaam. Lymfe neemt afvalproducten op van de cellen en verwijdert het uit het lichaam.

Het lymfesysteem is het primaire circulatiesysteem dat gebruikt wordt door alle immunologische cellen: macrophagen, T-cellen, B-cellen, lymphocyten, enz. Een lymfesysteem vrij van obstructies is noodzakelijk voor het behouden van de homeostase.

Hartziekten

Hartaanvallen nemen meer Amerikaanse levens dan welke andere oorzaak dan ook. Hoewel het onverwacht gebeurt, is een hartaanval feitelijk de laatste fase van een verraderlijke verstoring dat al jaren in de maak is geweest. Aangezien de ziekte uitsluitend welvaartslanden treft en zelden iemand voor het jaar 1900 gedood heeft, moeten wij onze moderne levensstijl, onnatuurlijke voeding en ongebalanceerde eetgewoonten verantwoordelijk houden voor de hedendaagse hartzieke maatschappij. Maar lang voordat het hart slechter begint te functioneren, verliest de lever veel van zijn vitaliteit en efficiëntie.

De lever beïnvloedt het gehele circulatiesysteem, waaronder het hart. In feite is het de grootste beschermer van het hart. Onder normale omstandigheden, ontgift en zuivert de lever het bloed uit de aderen volledig, dat via de hoofdader van het abdominale deel van het spijsverteringssysteem, de milt en de pancreas komt. Naast het afbreken van alcohol, ontgift de lever schadelijke substanties, zoals toxines die door microben geproduceerd worden. Het dood bovendien bacteriën en parasieten, en het neutraliseert bepaalde farmaceutische medicijnen met behulp van specifieke enzymen. Eén van de levers grootste verdiensten is het verwijderen van de stikstofdelen van de aminozuren, aangezien dat niet nodig is voor de vorming van nieuw eiwit. Het vormt ureum van dit afvalproduct. De ureum komt in de bloedstroom en wordt uitgescheiden met de urine. De lever breekt ook de kerneiwitten van oude lichaamscellen af. Het bijproduct van dit proces is urinezuur, wat eveneens met de urine uitgescheiden wordt.

De lever zuivert meer dan een 1,1 liter bloed per minuut, met slechts achterlating van het zuur carbon dioxide ter eliminatie door de longen. Nadat het door de lever gezuiverd is, gaat het bloed door de leverader naar de vena cava inferior wat het direct in de rechter zijde van het hart brengt. Vandaar gaat het veneus bloed naar de longen, waar de uitwisseling van gassen plaatsvindt: carbon dioxide wordt uitgescheiden en zuurstof wordt geabsorbeerd. Nadat het de longen heeft verlaten, gaat het zuurstofrijke bloed in de linker helft van het hart. Van daaruit wordt het in de aorta gepompt. De aorta voorziet alle lichaamsweefsel van zuurstofrijk bloed.

Galstenen in de leverkanalen verstoren het basis netwerk van de lobulae. Als gevolg daarvan ontstaan er blokkades in deze leverunits, wat de interne bloedbevoorrading enorm doet afnemen. Levercellen raken beschadigd, en schadelijke celresten beginnen in de bloedstroom te komen. Dit verzwakt het vermogen van de lever om het bloed te ontgiften nog meer. Met als resultaat dat meer en meer schadelijke substanties vastgehouden worden in zowel de lever als het bloed. Een verstopte lever kan de bloedstroom in de hoofdslagader naar het hart hinderen, wat leidt tot hartkloppingen of zelfs hartaanvallen. Het is duidelijk dat toxines die niet door de lever geneutraliseerd worden, uiteindelijk het hart en het netwerk van bloedvaten beschadigen.

Een andere consequentie van deze ontwikkeling is dat eiwitten van de dode cellen (ongeveer 30 biljoen per dag) en ongebruikte voedseleiwitten niet efficiënt afgebroken worden, wat op zijn beurt de eiwitconcentraties in het bloed verhoogt. Als gevolg daarvan, probeert het lichaam deze eiwitten op te slaan in de celwanden van de bloedvaten (meer uitleg hierover volgt hieronder). Zodra de opslagcapaciteit van het lichaam voor eiwitten uitgeput is, zijn de overtollige eiwitten genoodzaakt in de bloedstroom te blijven. Dit kan tot gevolg hebben dat het aantal rode bloedcellen afneemt, wat de hemocritische waarde van het bloed, verhoogt tot abnormale niveaus. De concentratie hemoglobine in de rode bloedcellen neemt ook af, waardoor een rode huidskleur kan ontstaan, vooral in het gezicht en op de borst. (Hemoglobine is een complex eiwit dat zich verenigt met zuurstof in de longen en het transporteert naar alle lichaamscellen.) Als gevolg daarvan vergroten de rode bloedcellen, en daardoor worden ze te groot om door de kleine kanalen van het haarvatennetwerk te stromen. Het is duidelijk dat dit ervoor zorgt dat het bloed te dik en te langzaam wordt, waardoor de neiging om te klonteren toeneemt.

De formatie van bloedklontjes wordt als het voornaamste risico voor hartaanvallen of herseninfarct beschouwd. Aangezien vet geen mogelijkheid heeft te klonteren, komt dit risico voornamelijk van de hoge eiwitconcentratie in het bloed. Onderzoekers hebben ontdekt dat het zwavelbevattende aminozuur homocysteïne (HC) het ontstaan van kleine klontjes bevordert, die schade aan de slagaders toebrengt. De fatale klonten bespoedigen de meeste hartaanvallen en herseninfarcten. Neem er alsjeblieft notie van de HC meer dan 40 maal meer voorspelbaar is dan cholesterol bij het vaststellen van het risico op cardiovasculaire ziekten. HC is het resultaat van het normale stofwisselingsproces van het aminozuur methionine – wat overvloedig aanwezig is in rood vlees, melk, en zuivelproducten. Hoge concentraties van eiwit in het bloed hindert de noodzakelijke constante distributie van belangrijke voedingsstoffen, vooral water, glucose en zuurstof aan de cellen.

(Noot: hoge concentraties van eiwitten in het bloed veroorzaken bloed dehydratatie, d.w.z. het dikker worden van bloed – één van de belangrijkste oorzaken van hoge bloeddruk en hartziekten). De eiwitten ondermijnen ook de volledige eliminatie van de basis stofwisselingsafvalproducten (zie het deel Slechte Circulatie,…).

Al deze factoren gecombineerd dwingen het lichaam de bloeddruk te verhogen. Deze gesteldheid, die over het algemeen bekend staat als hypertensie, vermindert het levensbedreigende effect van verdikt bloed, tot op zekere hoogte. Deze levensreddende reactie, echter, leidt tot een onnatuurlijke situatie van uitermate veel stress en de beschadiging van bloedvaten.

Eén van de eerste en meest efficiënte tactieken van het lichaam om het gevaar van een op handen zijnde hartaanval te vermijden, is om de excessieve hoeveelheden eiwitten uit de bloedstroom te nemen en ze (tijdelijk) elders op te slaan. De enige plaats waar eiwitten in grote hoeveelheden ondergebracht kunnen worden, is het bloedvatenstelsel. De wanden van de haarvaten zijn in staat om het grootste deel van dit extra eiwit te absorberen. Ze verbouwen de eiwitten tot collageenweefsel, wat 100 % eiwit is, en slaan het op in hun celwanden. De celwanden hebben de mogelijkheid hun dikte tot 10 maal te vergroten tot haar vermogen om eiwitten op te slaan uitgeput is. Maar dit betekent ook dat de lichaamscellen niet langer adequate hoeveelheden zuurstof en andere basis voedingsstoffen ontvangen. De cellen die getroffen worden door dit ‘afstervingsproces’, kunnen ook cellen zijn die de hartspieren onderhouden. Het resultaat is hartspierzwakte en verminderde prestatie van het hart, en uiteraard, iedere vorm van degeneratieve ziekte, waaronder kanker.

Zodra er geen eiwit meer opgeslagen kan worden in de wanden van de haarvaten, beginnen de wanden van de aderen ook eiwitten te absorberen. Het voordeel van deze actie is dat het bloed dun genoeg blijft om de dreiging van een hartaanval te vermijden, tenminste voor enige tijd. Uiteindelijk beschadigt deze tactiek, die de dood voorkomt, de wanden van de bloedvaten (alleen de primaire overlevingsmechanismen van het lichaam zijn zonder belangrijke neveneffecten). De binnenvoering van de aderwanden worden ruig en dik, zoals roest in een waterleiding. Barsten, wondjes en letsel ontstaat op verschillende locaties.

Kleinere bloedvatbeschadigingen worden behandeld door bloedplaatjes. Ze scheiden het hormoon serotonine af, wat helpt om de bloedvaten te doen samentrekken en het bloeden te verminderen. Maar grotere wonden, zoals die over het algemeen aangetroffen worden in getroffen coronaire arteriën, kunnen niet afgesloten worden door bloedplaatjes alleen; daarvoor is het complexe lichaamsproces van bloedstollen nodig. Als een bloedstolsel echter losbreekt, kan het ’t hart bereiken en eindigen in myocardiaal infarct, over het algemeen een hartaanval genoemd. (Een klont die de hersenen bereikt, wordt een herseninfarct genoemd. Eén die de opening in de longaderen blokkeert, welke gebruikt bloed aan de longen levert, kan fataal zijn - ruiterinfarct.)

De eerste fasen van hartziekten

Om het gevaar te voorkomen, zet het lichaam een heel arsenaal aan eerste hulpmaatregelen in, waaronder het afscheiden van de lipoproteïne (LP5). Door zijn plakkerige aard werkt LP5 als een ‘noodverband’ en creëert het een sterker zegel om de wonden. Als een tweede, maar gelijkwaardige reddingsoperatie, bevestigt het lichaam specifieke cholesteroltypen aan de beschadigde plekken (meer hierover in de sectie ‘Hoog Cholesterol’). Dit is een meer betrouwbaar lapmiddel of verband.

Maar aangezien cholesterolafzetting op zich niet voldoende bescherming zijn, begint het bindweefsel en het zachte spierweefsel ook in het bloedvat te bouwen. Dit wordt artherosclerotische plak genoemd, deze afzettingen kunnen een slagader uiteindelijk geheel afsluiten, waardoor ze de bloedstroom verhinderen en de formatie van dodelijke bloedklonten stimuleren. Wanneer de bloedbevoorrading aan het hart afgesneden is, stopt de hartspieractiviteit en een hartaanval is het onvermijdelijke resultaat. Hoewel de geleidelijke vernietiging van bloedvaten, bekend als atherosclerose, aanvankelijk iemands leven beschermt tegen een hartaanval, is het uiteindelijk ook verantwoordelijk voor het veroorzaken ervan.

Hoog Cholesterol

Cholesterol is een essentiële bouwsteen voor iedere lichaamscel en nodig voor alle stofwisselingsprocessen. Het is in het bijzonder noodzakelijk bij de productie van zenuwweefsel, gal en bepaalde hormonen. Over het algemeen produceert ons lichaam een halve tot een hele gram cholesterol per dag, afhankelijk van hoeveel ons lichaam op dat moment nodig heeft. Over het algemeen is ons lichaam in staat om 400 keer meer cholesterol per dag te produceren dan we zouden verkrijgen door het eten van 100 gram boter. De belangrijkste cholesterol producenten zijn de lever en de dunne darm, in die volgorde. Normaal gesproken zijn ze in staat om cholesterol direct in de bloedstroom af te scheiden, waarbij het instant gebonden wordt aan bloedeiwitten. Deze eiwitten, lipoproteïnen genoemd, zijn verantwoordelijk voor het vervoer van het cholesterol naar zijn talloze bestemmingen. Er zijn drie hoofdtypen lipoproteïnen die voor het transport van cholesterol zorgdragen: Low Density Lipoprotein (LDL), Very Low Density Lipoprotein (VLDL), en High Density Protein (HDL).

In vergelijking met HDL, welke de eer heeft gekregen de naam ‘goed’ cholesterol te dragen, zijn LDL en VLDL relatief grote cholesterolmoleculen; in feiten zijn zij het meest verrijkt met cholesterol. Er is een goede reden voor hun afmeting. In tegenstelling tot hun kleinere neef, welke gemakkelijk door de wanden van kleinere bloedvaten kan, worden de LDL en VLDL versies veronderstelt een ander pad te nemen; zij verlaten de bloedstroom in de lever.

De bloedvaten die de lever bevoorraden hebben een heel andere structuur dan diegenen die andere delen van het lichaam bevoorraden. Ze staan bekend als sinusoïden. Hun unieke roosterachtige structuur stelt de levercellen in staat de gehele bloedinhoud te ontvangen, waaronder de grote cholesterolmoleculen. De levercellen herbouwen de cholesterol en scheiden dit af samen met gal in de darmen. Zodra de cholesterol de darmen binnenkomt, combineert het met vetten, wordt het geabsorbeerd door het lymfe en gaat het in het bloed, in die volgorde. Galstenen in de lever hinderen de galstroom en blokkeren gedeeltelijk, of geheel, de ontsnappingsroute van de cholesterol. Als gevolg van de tegendruk op de levercellen, vermindert de galproductie. Normaal gesproken produceert een gezonde lever 1,5 liter gal per dag. Wanneer de belangrijkste leverkanalen geblokkeerd zijn, vindt minder dan een kopje gal per dag zijn weg in de darmen. Dit verhindert dat veel van de VLDL en LDL cholesterol afgescheiden wordt met de gal.

Galstenen in de leverkanalen verstoren het structurele framewerk van de leverlobules, welke de sinusoïden beschadigen en verstoppen. Afzettingen van excessieve eiwitten sluiten ook de openingen in het raster van deze bloedvaten af (zie de bespreking van dit onderwerp in het voorgaande deel). Hoewel de ‘goede’ cholesterol HDL moleculen heeft die klein genoeg zijn om de bloedstroom te verlaten via de normale vaten, zijn de grotere LDL en VLDL moleculen min of meer gevangen in het bloed. Het gevolg is dat de LDL en VLDL concentraties in het bloed beginnen te stijgen naar waarden die potentieel schadelijk zijn voor het lichaam. Toch is zelfs dit scenario slechts een deel van de pogingen van het lichaam om te overleven. Het heeft dit extra cholesterol nodig om het toenemende aantal scheurtjes en wondjes, die gevormd worden als gevolg van de opeenhoping van excessieve eiwitten in de bloedvatwanden, te dichten. Uiteindelijk echter begint het levensreddende cholesterol de bloedvaten af te sluiten en snijdt het de zuurstoftoevoer naar het hart af.

In aanvulling op deze compilatie doet de verminderde galstroom de vertering van voedsel, in het bijzonder van vetten, afnemen. Daardoor is er niet voldoende cholesterol beschikbaar gesteld aan de lichaamscellen en hun basis stofwisselingsprocessen. Aangezien de levercellen niet langer voldoende hoeveelheden LDL en VLDL moleculen ontvangen, veronderstellen ze (de levercellen) dat het bloed lijdt aan een tekort aan dit type cholesterol. Dit stimuleert de levercellen tot het produceren van cholesterol, wat de LDL en VLDL niveaus in het bloed weer verder verhoogt.

Het ‘slechte’ cholesterol zit gevangen in het circulatiesysteem, omdat hun ontsnappingsroute, de leverkanalen en de leversinusoïden, geblokkeerd of beschadigd zijn. Het haarvatennetwerk en de slagaders bevestigen zoveel ‘slecht’ cholesterol aan hun wanden als mogelijk. Als gevolg daarvan worden de slagaders rigide en hard.

Ziekten aan de krans(slag)ader, ongeacht of het veroorzaakt is door roken, het drinken van buitensporige hoeveelheden alcohol, het teveel nuttigen van eiwitrijk voedsel, stress, of elke andere factor, verschijnen meestal niet, tenzij galstenen de leverkanalen geblokkeerd hebben. De galstenen uit de lever en galblaas verwijderen kan niet alleen een hartaanval of herseninfarct voorkomen, maar het herstelt ook krans(slag)aderziekten en beschadigingen aan de hartspieren. De reactie van het lichaam op stressvolle situaties wordt minder schadelijk, en de cholesterolwaarden beginnen te normaliseren zodra de verstopte en beschadigde leverlobules zich beginnen te regenereren. Cholesterolverlagende medicijnen doen dit niet. Zij verlagen het bloedcholesterol kunstmatig, wat de lever dwingt meer cholesterol te produceren. Maar zodra extra cholesterol in de leverkanalen stroomt, blijft dit in z’n kristalstaat (tegenover oplosbare staat) en daardoor verandert het in galstenen. Mensen die regelmatig cholesterolverlagende medicijnen gebruiken, ontwikkelen normaal gesproken excessieve aantallen galstenen. Dit bereidt ze voor op enorme bijwerkingen, zoals kanker en hartziekten.

Cholesterol is essentieel voor het normaal functioneren van het immuunsysteem, in het bijzonder voor de reactie van het lichaam op de miljoenen kankercellen die iedere mens elke dag in zijn/haar lichaam aanmaakt. Gezien alle gezondheidsproblemen die met cholesterol geassocieerd worden, is deze belangrijke substantie niet iets dat we moeten proberen te elimineren uit onze lichamen. Cholesterol doet veel meer goed dan kwaad. De schade is veelal symptomatisch van andere problemen. Ik wil hier nogmaals benadrukken dat de ‘slechte’ cholesterol zich uitsluitend aan de wanden van de slagaders hecht om onmiddellijke hartproblemen te voorkomen, niet om ze te creëren.

Dit wordt bevestigd door het feit dat cholesterol zich nooit hecht aan de wanden van aderen.Wanneer een arts je cholesterolwaarden meet, neemt hij een bloedmonster van een ader, niet van een slagader. Aangezien de bloedstroom in de aderen veel langzamer gaat dan in de slagaders, zouden aderen veel eerder verstopt moeten zitten dan slagaders, maar dit gebeurt nooit. Daar is gewoon weg geen reden voor. Waarom niet? Omdat er geen afgeschuurde plekken en scheuren in de wanden van de aderen zitten die dichtgesmeerd moeten worden. Cholesterol hecht zichzelf uitsluitend aan slagaders om de beschadigde plekken af te dekken en het onderliggende weefsel te beschermen zoals een waterproof verband. Aderen absorberen geen eiwitten in hun celwanden, zoals haarvaten en slagaders dat doen en, zijn om die reden niet vatbaar voor dit type beschadiging.

‘Slechte’ cholesterol redt levens; het neemt geen levens. LDL zorgt ervoor dat bloed kan stromen door beschadigde bloedvaten zonder een levensbedreigende situatie te veroorzaken. De theorie dat hoge LDL waarden de belangrijkste oorzaak is van krans(slag)aderziekten is niet alleen onbewezen en onwetenschappelijk. Het heeft de mensheid misleidt te geloven dat cholesterol een vijand is, die gevonden en vernietigd moet worden tegen elke prijs. Onderzoek bij mensen heeft niet aangetoond dat er een oorzaak-en-gevolg verband bestaat tussen cholesterol en hartziekten. De honderden studies die tot op heden uitgevoerd zijn, hebben slechts aangetoond dat er een statistische correlatie bestaat tussen deze twee. En er zouden, als er geen ‘slechte’ cholesterol moleculen waren die zichzelf aan beschadigde slagaders hechten, miljoenen extra sterfgevallen door hartaanvallen zijn, dan we nu al hebben. Aan de andere kant, zijn er tientallen overtuigende studies die aantonen dat hartzieken aanzienlijk verminderen bij mensen bij wie de HDL niveaus verlaagd worden. Verhoogde LDL cholesterolwaarden is geen oorzaak van hartziekten; het is eigenlijk een gevolg van een lever die uit balans is en een verstopt en uitgedroogd circulatiesysteem.

Als je arts je verteld heeft dat het verlagen van je cholesterolwaarden door middel van farmaceutische medicijnen je beschermt tegen hartzieken, ben je ernstig misleid. Het meest voorgeschreven cholesterolverlagende medicijn is Lipitor. Ik stel voor dat je de volgende waarschuwing leest, die gepubliceerd staat op de officiële Lipitor website:

“LIPITOR® (atorvastatin calcium) tabletten is een voorgeschreven medicijn dat gebruikt wordt bij een cholesterolverlagend dieet. LIPITOR dient niet door iedereen gebruikt te worden, waaronder mensen met leverziekten of eventuele leverproblemen, en vrouwen die zogen, zwanger zijn of zwanger wensten te worden. Het is niet aangetoond dat LIPITOR hartziekten of hartaanvallen voorkomt.

“Als u LIPITOR gebruikt, stel dan uw arts op de hoogte van iedere ongebruikelijke spierpijn of zwakte. Dit kan een teken zijn van ernstige bijwerkingen. Het is belangrijk om uw arts te vertellen welke andere medicijnen u momenteel gebruikt, om ernstige wisselwerkingen tussen medicijnen te voorkomen……”.

Mijn vraag is, “Waarom iemands gezondheid of leven riskeren door hem/haar een medicijn te geven dat geen effect heeft, met betrekking tot het voorkomen van het probleem waarvoor het voorgeschreven is?” De reden waarom het verlagen van de cholesterolwaarden hartziekten niet kunnen voorkomen, is omdat cholesterol hartziekten niet veroorzaakt.

Het belangrijkste punt is hoe efficiënt iemands lichaam is in het gebruiken van cholesterol en andere vetten. Het lichaamsvermogen om deze vetten te verteren, te bewerken en te gebruiken, is afhankelijk van hoe schoon en ongehinderd de galkanalen van de lever zijn. Wanneer de galstroom onbelemmerd en gebalanceerd is, zijn zowel de LDL niveaus als de HDL niveaus gebalanceerd. Om die reden is het open houden van de galkanalen het beste preventieve middel voor krans(slag)aderziekten.

Slechte Circulatie, Vergrote Hart En Milt, Spataderen, Verstopping Van Lymfe, Hormonale Disbalans

Galstenen in de lever kunnen leiden tot een slechte circulatie, een vergroot hart en vergrote lever, spataderen, verstopte lymfevaten en hormonale onbalans. Zodra galstenen groot genoeg gegroeid zijn om het structurele framewerk van de leverlobules (eenheden) serieus te vervormen, wordt het stromen van het bloed door de lever enorm bemoeilijkt. Dit verhoogt niet alleen de druk van het bloed in de aderen van de lever, maar eveneens in alle organen en gebieden in het lichaam die gebruikt bloed afvoeren door hun respectieve aderen naar de poortader van de lever. Beperkte bloedstroom in de hoofdader van de lever veroorzaakt congestie, in het bijzonder in de milt, maag, uiteinde van de oesophagus, alvleesklier, galblaas, dunne en dikke darm. Dit kan tot vergroting van deze organen leiden, hun vermogen tot het verwijderen van cellulaire afvalproducten verminderen en hun respectieve aderen verstoppen.

Een spatader is een ader die zo uitgezet is dat de kleppen niet voldoende sluiten om te voorkomen dat bloed terugstroomt. Aanhoudende druk op de aderen bij het verbindingspunt tussen rectum en anus in de dikke darm leidt tot het ontstaan van hemorrhoïden (aambeien). Andere algemeen voorkomende plekken van spataderen zijn de benen, de oesophagus en het scrotum. Verwijding van aderen en venulen (kleine aderen) kan overal in het lichaam verschijnen. Het is altijd een indicatie voor een obstructie in de bloedstroom.

Een slechte bloedstroom door de lever treft ook het hart. Als de organen van het spijsverteringssysteem zwak worden door een toename van de druk in de aderen, raken ze verstopt en beginnen ze toxisch afval op te hopen, waaronder brokstukken van cellen die afgebroken zijn. De milt wordt vergroot, omdat door de extra werkdruk waarmee het te kampen krijgt, die geassocieerd wordt met het verwijderen van beschadigde en afgedankte bloedcellen. Dit vertraagt de bloedcirculatie van en naar de organen van het spijsverteringssysteem nog verder, wat op zijn beurt het hart stresst, de bloeddruk verhoogt en bloedvaten beschadigt. De rechterkant van het hart, welke bloed uit de aderen via de vena cava inferior van de lever en de andere delen onder de longen ontvangt, wordt overbelast met toxisch, en soms infectieus materiaal. Dit veroorzaakt uiteindelijk vergroting van de rechterzijde van het hart.

Bijna alle typen hartziekten hebben één ding met elkaar gemeen: er is een obstructie van de bloedstroom. Bloedcirculatie wordt echter niet gemakkelijk gestoord. Het moet voorafgegaan worden door een enorme congestie in de levergalkanalen. Galstenen die de leverkanalen verstoppen, verminderen de bloedbevoorrading aan de levercellen dramatisch of snijden deze zelfs helemaal af. Verminderde bloedstroom door de lever beïnvloedt de bloedstroom in het gehele lichaam welke, op zijn beurt, een nadelig effect heeft op het lymfesysteem.

Het lymfesysteem, dat nauw verbonden is met het immuunsysteem, helpt het lichaam zich te zuiveren van schadelijke stofwisselingsproducten, lichaamsvreemd materiaal en celafval. Alle cellen laten stofwisselingsafvalproducten vrij, en nemen voedingsstoffen uit, een omringende oplossing, extracellulaire vloeistof genoemd. De graad van voeding en efficiency van de cellen is afhankelijk van hoe snel en volledig afvalmateriaal uit de extracellulaire vloeistof verwijderd wordt. Aangezien de meeste afvalproducten niet direct in het bloed opgenomen kunnen worden om uitgescheiden te worden, worden ze verzameld in de extracellulaire vloeistof totdat ze verwijderd en ontgift worden door het lymfesysteem. Het potentieel schadelijke materiaal wordt gefilterd en geneutraliseerd door de lymfeknopen die strategisch geplaatst zijn in het gehele lichaam. Eén van de sleutelfuncties van het lymfesysteem is de extracellulaire vloeistof vrij te houden van toxische substanties, wat dit tot een systeem van uitzonderlijk belang maakt.

Slechte circulatie van bloed in het lichaam veroorzaakt een overbelasting aan vreemd, schadelijk afval in het extracellulaire weefsel en, als gevolg daarvan, in de lymfevaten en lymfeknopen.Wanneer de lymfedrainage trager wordt of gehinderd wordt, verslechteren de thymusklier, de amandelen en de milt snel. Deze organen vormen een belangrijk deel van het lichaamssysteem van zuivering en immuniteit. Bovendien kunnen microben die zich in galstenen huisvesten een constante bron van terugkerende infecties in het lichaam worden, wat het lymfe- en immuunsysteem ineffectief maakt tegen ernstiger infecties, zoals mononucleosis infectiosa, mazelen, tyfus, tuberculose, syfilis, enz. als gevolg van een beperkte galstroom in de lever en galblaas, wordt de dunne darm beperkt in zijn capaciteit om voedsel juist te verteren. Dit stelt aanzienlijke hoeveelheden afvalmateriaal en giftige substanties, zoals cadaverine en putrescine (afbraakproducten van gefermenteerd en bedorven voedsel) in staat om in de lymfekanalen te sijpelen. Deze toxines, samen met vetten en eiwitten, komen in het grootste lymfekanaal van het lichaam, het thoracaal kanaal genoemd, bij de cysterna chyli. De cysterna chyli is een lymfe-verwijding (in de vorm van zakjes), gelokaliseerd voor de eerste twee lumbare vertebrae.

Toxines, antigenen en onverteerde eiwitten van dierlijke oorsprong, waaronder vis, vlees, eieren en zuivelproducten, zorgen ervoor dat deze lymfezakjes opzwellen en ontstoken raken. Wanneer cellen van een dier beschadigd raken of sterven, wat enkele seconden nadat het gedood is gebeurd, worden hun eiwitstructuren afgebroken door cellulaire enzymen. Deze zogenaamde ‘degenererende’ eiwitten zijn nutteloos voor het lichaam, en ze worden schadelijk tenzij ze onmiddellijk door het lymfesysteem verwijdert worden. Hun aanwezigheid nodigt over het algemeen uit tot verhoogde microbische activiteiten. Virussen, schimmels en bacteriën voeden zich met het verzamelde afval. In sommige gevallen ontstaan allergische reacties.

Wanneer er sprake is van verstopping van de lymfezakjes, kan het gedegenereerde celeiwit van het lichaam niet langer op de juiste wijze verwijdert worden. Het resultaat is lymfe edema. Op je rug liggend, kunnen lymfe edema aanvoelen als harde knobbels, soms zo groot als een vuist, in het gebied van de navel. Deze ‘stenen’ zijn een belangrijke oorzaak van pijn in het midden en onderin de rug en abdominale zwelling, en in feite de meeste symptomen van een slechte gezondheid. De meeste mensen die een ‘buikje’hebben, beschouwen deze abdominale uitbreiding als onschuldig hinderlijk of als een onderdeel van het natuurlijke ouderwordingsproces. Ze realiseren zich niet dat ze een levende ‘tijdbom’uitbroeden, dat op een dag af kan gaan en vitale delen van het lichaam kan beschadigen.

Tachtig procent van het lymfesysteem is verbonden met de darmen, wat dit gebied van het lichaam tot het grootste centrum van immuunactiviteit maakt. Dit is geen toeval. Het deel van het lichaam waar de meeste ziekteveroorzakende stoffen bestreden of gegenereerd worden, is in feite het darmtraject. Iedere lymfe edema of andere obstructie in dit belangrijke deel van het lymfesysteem kan leiden tot potentieel ernstige complicaties ergens anders in het lichaam.

Waar een lymfekanaal geblokkeerd is, is er ook sprake van een opeenhoping van lymfe op enige afstand van de obstructie. Als gevolg daarvan kunnen de lymfeknopen in zo’n gebied niet langer de volgende zaken neutraliseren of ontgiften: dode en levende phagocyten en hun opgenomen microben, afgedankte weefselcellen, cellen die beschadigd zijn door ziekte, fermentatieproducten, pesticiden in voedsel, geïnhaleerde of verteerde giftige deeltjes, cellen van kwaadaardige tumoren, en de miljoenen kankercellen die iedere gezonde persoon iedere dag genereert; onvolledige vernietiging van al deze dingen kan ertoe leiden dat de lymfeknopen ontstoken, vergroot en verstopt raken met bloed. Geïnfecteerd materiaal kan in de bloedstroom opgenomen worden, wat sepsis (bloedvergiftiging) en acute ziekte veroorzaakt. In de meeste gevallen echter verschijnen de lymfeblokkaden langzaam, zonder enige symptomen anders dan zwelling van de abdomen, handen, armen, voeten, of enkels, of pafferigheid in het gezicht en de ogen. Hiernaar wordt vaak verwezen als ‘vochtvasthouden’, een voorloper van chronische ziekte.

Continue lymfatische obstructie leidt over het algemeen tot chronische gesteldheden. Bijna iedere chronische ziekte is het gevolg van verstopping in de cysterna chyli. Uiteindelijk raakt de thoracaal kanaal, welke de cysterna chyli draineert, overbelast door de constante instroom van toxisch materiaal en raakt ook verstopt. De thoracaal kanaal is verbonden met talloze andere lymfebuizen die hun afval legen in het thoracaal ‘rioolkanaal’. Aangezien de thoracaal kanaal

85 % van het dagelijks door het lichaam geproduceerde gegenereerde celafval en ander toxisch materiaal moet verwijderen, veroorzaakt een blokkade daar de terugstroom van afval in andere, meer vitale delen van het lichaam.

Wanneer het dagelijks gegenereerde stofwisselingsafvalmateriaal en celbrokstukken niet verwijderd worden uit dit deel van het lichaam gedurende een bepaalde periode, manifesteren zich symptomen van ziekte. Hieronder staan slechts een aantal typische voorbeelden van ziekte indicaties die direct het gevolg zijn van chronische, plaatselijke lymfe verstopping:

Zwaarlijvigheid, cysten in de uterus of eierstokken, vergrote prostaat, reuma in de gewrichten, vergroting van de linkerzijde van het hart, hartfalen, verstopte bronchi en longen, vergroting van het nekgebied, stijfheid in de nek en schouders, rugpijnen, hoofdpijnen, migraines, duizeligheid, draaierigheid, piepen in de oren, oorpijnen, roos, regelmatige verkoudheden, sinusitis, hooikoorts, bepaalde typen astma, vergroting van de schildklier, oogziekten, slecht zien, zwellingen in de borsten, borstkanker, nierproblemen, pijn in de onderrug, zwellingen in de benen en enkels, scoliose, hersenstoornissen, geheugenstoornissen, maagproblemen, vergrote milt, geïrriteerde darm syndroom, hernia, poliepen in de colon, enz., enz.

De thoracaal kanaal leegt z’n inhoud in de linker subclavia ader onder aan de nek. Deze ader gaat over in de vena cava superior, welke rechtstreeks in de linkerzijde van het hart leidt. In aanvulling op het blokkeren van goede lymfedrainage van deze verschillende organen of lichaamsdelen, staat verstopping in the cysterna chyli en de thoracale kanalen toe dat toxische materialen in het hart en de aderen van het hart stromen. Dit belast het hart uitermate. Dit zorgt er ook voor dat deze toxines en ziekteveroorzakende stoffen in de algemene circulatie komen en zich verspreiden over andere lichaamsdelen. Er is zelden sprake van een ziekte die niet veroorzaakt is door lymfatische verstopping. Lymfatische verstopping heeft zijn oorzaak, in de meeste gevallen, in een verstopte lever (de oorzaken van galstenen in de lever wordt in het volgende hoofdstuk besproken). In extreme gevallen leidt dit tot lympyhoma of lymfekanker, waarvan de ziekte van Hodgkin het meest algemene type is.

Zodra het circulatiesysteem begint te disfunctioneren door galstenen in de lever, raakt het endocriene systeem ook aangetast. De endocriene klieren produceren hormonen die direct vanuit de kliercellen in het bloed stromen, waar ze lichaamsactiviteiten, groei en voeding beïnvloeden. De klieren die het meest aangetast raken door verstopping, zijn de schildklier, paraschildklier, bijnieren, de eierstokken, en testis. Een ernstiger verstoring van de circulatiefunctie leidt tot ongebalanceerde hormoonafscheiding door de Eilandjes van Langerhans in de pancreas, en de pijnappelklier en hypofyse.

Bloedstagnatie, wat karakteristiek is bij verdikking van het bloed, verhindert dat hormonen hun bestemming in het lichaam bereiken in voldoende hoeveelheden en op tijd. Als gevolg daarvan gaan de klieren over tot hyper-afscheiding (overproductie) van hormonen. Wanneer de lymfedrainage van de klieren onvoldoende is, raken de klieren zelf verstopt. Dit leidt tot hypo-afscheiding (tekort) van hormonen. Ziekten die verwant zijn aan onbalans van de schildklier zijn toxische kroep, graves disease, cretinisme, myxoedeem, tumoren aan de schildklier, hypo- parathyroïdi, wat leidt tot verminderde calcium opname en veroorzaakt staar, evenals gedragsstoornissen en dementie. Gebrekkige calcium opname is alleen al verantwoordelijk voor talloze ziekten, waaronder osteoporosis (verlies van botdichtheid). Als circulatieproblemen de afscheiding van gebalanceerde hormonen of insuline in de eilandjes van Langerhans van de pancreas veroorzaakt, is diabetes het gevolg.

Galstenen in de lever kunnen de levercellen dwingen om de eiwitsynthese af te breken. Verminderde eiwitsynthese, op zijn beurt, forceert de bijnieren tot overproductie van cortisol, een hormoon dat eiwitsynthese bevordert. Teveel cortisol in het bloed verhoogt de atrofie van lymfeweefsel en een onderdrukte immuunrespons, wat beschouwd wordt als de hoofdoorzaak bij kanker en andere ernstige ziekten. Een disbalans in de afscheiding van bijnierhormonen kan een uitgebreid scala aan klachten geven, omdat het leidt tot verzwakte koortsreactie en verminderde eiwitsynthese. Eiwitten zijn de belangrijkste bouwblokken voor weefselcellen, hormonen, enz. De lever is in staat om vele verschillende hormonen te produceren. Hormonen bepalen hoe goed een lichaam groeit en herstelt.

De lever remt ook bepaalde hormonen, waaronder insuline, glucagon, cortisol, aldosteron, schildklier- en sexhormonen. Galstenen in de lever schaden deze vitale functies, wat kan leiden tot verhoogde hormoonconcentraties in het bloed. Hormonale disbalans is een ernstige gesteldheid en kan gemakkelijk ontstaan wanneer galstenen in de lever grote aantallen circulatiepaden hebben geblokkeerd, die ook hormonale paden zijn.

Ziekte is natuurlijk afwezig wanneer de bloed- en lymfestroom ongehinderd en normaal is. Beide typen problemen, circulair en lymfatisch, kunnen met succes opgeheven worden door een serie leverzuiveringen en het kan voorkomen worden door een gebalanceerd dieet en levensstijl.

Verstoringen Van Het Ademhalingssysteem

Zowel mentale als fysieke gezondheid hangt af van de effectiviteit en vitaliteit van de lichaamscellen. De meeste energie die de cellen nodig hebben, wordt aangeleverd door middel van chemische reacties die alleen bij de beschikbaarheid van zuurstof kunnen plaatsvinden. Het ademhalingssysteem voorziet in het onderhoud van de routes door welke voldoende zuurstof in het lichaam kan worden opgenomen en koolzuur uit het lichaam kan worden afgescheiden. Het bloed dient als een transportsysteem voor de uitwisseling van deze gassen tussen de longen en de cellen.

Galstenen in de lever kunnen de ademhalingsfuncties verminderen en allergieën, problemen met de neus, kaakbijholten en ziekten aan de bronchiën en longen veroorzaken. Als galstenen de lobulea (eenheden) van de lever vervormen, verzwakt de bloedzuiveringsfunctie van de lever, de dunne darm, het lymfesysteem en het immuunsysteem. Afvalmateriaal en toxische substanties, die normaal gesproken onschadelijk gemaakt worden door deze organen en systemen, beginnen nu door te sijpelen naar het hart, de longen, de bronchiën en andere ademhalingspassages. Continue blootstelling aan deze irriterende stoffen vermindert de weerstand van het ademhalingssysteem tegen deze stoffen. Verstopping van de lymfe in de buikstreek, in het bijzonder in de cysterna chyli en de thoracaal kanaal, belemmert de juiste lymfedrainage van de ademhalingsorganen. De meeste ademhalingsklachten verschijnen als een gevolg van dergelijke lymfe blokkaden.

Pneumonie is het gevolg wanneer beschermende maatregelen erin falen geïnhaleerde of via het bloed ontstane microben te verhinderen de longen te bereiken en zich daar te kolonialiseren. Galstenen huisvesten schadelijke microben, evenals toxines en irriterende stoffen, die het bloed kunnen bereiken door beschadigde delen van de lever. Galstenen zijn derhalve een continue bron van immuun onderdrukking, welke het lichaam en in het bijzonder het bovenste deel van het ademhalingstraject, vatbaar maakt voor zowel interne als externe ziekteveroorzakende factoren. Hieronder worden zowel in het bloed ontstane als uit de lucht afkomstige microben (waarvan gedacht wordt dat ze pneumonie veroorzaken), sigarettenrook, alcohol, röntgenstralen, corticosteroïden, allergenen, antigenen, luchtvervuiling, enz. verstaan.

Verdere ademhalingscomplicaties ontstaan wanneer handenvol galstenen in de leverkanalen een vergroting van de lever forceren. De lever, die geplaatst is in het bovenste deel van de buikholte, beslaat ongeveer de gehele breedte van het lichaam. Zijn bovenste en voorste oppervlakte zijn glad en gebogen om onder de oppervlakte van het middenrif te passen. Wanneer deze vergroot is, belemmert de lever de beweging van het middenrif en verhindert het dat de longen zich kunnen uitzetten tot maximale capaciteit bij de inademing. Ter contrast, een gezonde lever staat de longen toe zich uit te zetten in het buikgebied, wat druk uitoefent op de abdomen. Als gevolg daarvan beweegt de abdomen zich naar voren, wat in het bijzonder bij gezonde baby’s waargenomen kan worden. Als gevolg van de toegenomen expansie van de abdomen gedurende de inademing, wordt bloed en lymfe omhoog gedrukt naar het hart, wat de juiste circulatie helpt onderhouden. Een vergrote lever verhindert de volledige uitzetting van het middenrif en de longen, wat een verminderde uitwisseling van gassen in de longen, lymfe verstopping en het vasthouden van excessieve hoeveelheden koolzuur in de longen veroorzaakt. De beperkte inname van zuurstof treft de cellulaire functies in het gehele lichaam.

De meeste mensen in de geïndustrialiseerde samenleving hebben een vergrote lever. Wat over het algemeen als een lever van ‘normaal formaat’ beschouwt wordt, is in feite een te grote lever. Zodra alle galstenen verwijdert zijn door een serie van leverzuiveringen, keert de lever terug naar z’n normale formaat in zo’n zes maanden.

Bijna alle ziekten aan de longen, de bronchiën en de bovenste ademhalingspassages worden of veroorzaakt of verergerd door galstenen in de lever en kunnen worden verbeterd of genezen door het verwijderen van deze stenen door de leverzuiveringen.

Verstoringen Van Het Urinesysteem

Het urinesysteem is een erg belangrijk uitscheidingsysteem van het lichaam. Het bestaat uit: twee nieren die urine vormen en uitscheiden; twee urineleiders die de urine van de nieren naar de blaas transporteren; een (urine)blaas waar urine verzameld wordt en tijdelijk wordt opgeslagen; en, een urinekanaal door welke urine vanuit de blaas uitgestort wordt buiten het lichaam (zie Figuur 11). Het soepel functioneren van het urinesysteem is essentieel voor het in stand houden van een juiste balans tussen water en substanties die daarin opgelost zijn, evenals tussen zuur en base. Dit systeem is bijvoorbeeld ook betrokken bij het verwijderen van afvalproducten die het gevolg zijn van het afbreken

(catabolisme) van de celeiwitten in de lever.

De meeste ziekten aan de nieren en andere delen van het urinesysteem zijn verbonden met een onbalans in het filtreren door de nieren. Zo’n 100 – 150 liter verdund filtraat wordt er elke dag aangeleverd door de nieren. Hiervan wordt zo’n 1 – 1,5 liter uitgescheiden als urine. Met uitzondering van bloedcellen, bloedlichaampjes en bloedeiwitten, moeten alle andere bloedbestanddelen door de nieren. Het proces van filtreren wordt verstoort en verzwakt door slechte prestatie van het spijsverteringssysteem, en de lever in het bijzonder.

Galstenen in de lever en galblaas verminderen de hoeveelheid gal die nodig is op voeding op de juiste wijze te verteren. Het grootste deel van het onverteerde voedsel begint te fermenteren en te verrotten, en laat toxisch afvalmateriaal in het bloed en de lymfe achter. De normale uitscheidingen van het lichaam, zoals urine, zweet, gassen en feces bevatten over het algemeen geen ziekte verwekkende afvalproducten; dat wil natuurlijk zeggen, zolang de eliminatiedoorgangen schoon en zonder obstructies zijn. Ziekte verwekkende stoffen bestaan uit heel kleine moleculen die in het bloed en de lymfe verschijnen en die alleen zichtbaar gemaakt kunnen worden door krachtige electronmicroscopen.

Deze moleculen hebben een sterk verzurend effect op het bloed. Om een levensbedreigende ziekte of coma te voorkomen, moet het bloed zich ontdoen van deze minutieuze toxines. Dien overeenkomstig dumpt het deze ongewenste indringers in het bindweefsel van de organen. Het bindweefsel is een gelachtige vloeistof (lymfe) dat de cellen omringt. De cellen ‘baden’ in het bindweefsel. Onder normale omstandigheden weet het lichaam om te gaan met zuur afvalmateriaal dat opgeslagen is in het bindweefsel. Het laat een base product vrij, natriumbicarbonaat NaHCO3, in het bloed, dat in staat is de zure toxines eruit te halen en te neutraliseren en het elimineert ze door de uitscheidingsorganen. Dit noodsysteem begint echter te falen zodra deze toxines sneller opgeslagen worden dan dat ze eruit gehaald kunnen worden en geëlimineerd. Als gevolg daarvan kan het bindweefsel zo dik als gelei worden; voedingsstoffen, water en zuurstof kunnen niet langer vrij doorstromen in de cellen en de cellen van de organen beginnen aan ondervoeding, uitdroging en een zuurstof tekort te lijden.

Enkele van de meest zure bestanddelen zijn eiwitten van dierlijke voeding. Galstenen remmen het vermogen van de lever om deze eiwitten af te breken. Excessieve hoeveelheden eiwitten worden tijdelijk opgeslagen in het bindweefsel en verandert in collageenvezels

(bindweefseleiwit). De collageenvezels worden gebouwd in de celwanden van de haarvaten. Als gevolg daarvan worden de wanden tien keer zo dik als normaal. Een vergelijkbare gesteldheid treedt op in de slagaders. Als de bloedvatwanden enorm verstopt raken, zijn minder eiwitten in staat om uit de bloedstroom te ontsnappen. Dit leidt tot verdikking van het bloed. Dit maakt het voor de nieren steeds moeilijker om te filtreren. Tegelijkertijd raken ook de celwanden van de bloedvaten die de nieren bevoorraden verstopt. Als dit proces van verharding van de bloedvaten continueert, begint de bloeddruk te stijgen en over het geheel daalt de nierprestatie. Steeds toenemende hoeveelheden stofwisselingsafval die door de niercellen uitgescheiden wordt, en normaal geëlimineerd via de veneuze bloedvaten en de lymfekanalen, wordt achtergehouden en daardoor neemt de dikte van de celwanden toe.

Door dit alles raken de nieren overbelast en zijn ze niet langer in staat om de normale vloeistof- en elektrolyse balans te handhaven. Bovendien kan er sprake zijn van een neerslag van urinebestanddelen die zich omvormen in kristallen en stenen van verschillende typen en maten Urinezuurstenen, bijvoorbeeld, worden gevormd zodra de urinezuurconcentraties in de urine een niveau van 2 – 4 mg % overschrijden. Dit niveau werd nog tot midden jaren 60 beschouwd als binnen de marge. Urinezuur is een bijproduct van de afbraak van eiwitten in de lever. Aangezien de consumptie van vlees in die tijd sterk steeg, werd de ‘binnen de marge’ norm aangepast tot 7,5 mg %. Deze aanpassing maakt urinezuur echter niet minder gevaarlijk voor het lichaam. Stenen die gevormd worden door buitensporige hoeveelheden urinezuur kunnen leiden tot urineweg verstoppingen, nierinfecties en uiteindelijk nieruitval.

Als niercellen in toenemende mate misdeeld worden in vitale voedingsstoffen, waaronder zuurstof, kunnen kwaadaardige tumoren ontstaan. Bovendien kunnen urinezuurkristallen die niet door de nieren worden geëlimineerd zich afzetten in de gewrichten en reuma, jicht en vocht vasthouden veroorzaken.

Symptomen van dreigende nierproblemen zijn over het algemeen bedrieglijk mild in vergelijking tot de potentiële ernst van nierziekte. De meest waarneembare en algemene symptomen van nierproblemen zijn abnormale veranderingen in het volume, de frequentie en kleur van de urine. Dit gaat over het algemeen gepaard met het opzwellen van het gezicht en de enkels en pijn in de bovenrug. Als de ziekte verder gevorderd is, kan er sprake zijn van onscherp zicht, vermoeidheid, afnemen van prestatie, en misselijkheid. De volgende symptomen kunnen ook een indicatie zijn voor het slechter functioneren van de nieren: hoge bloeddruk, lage bloeddruk, pijn die zich verplaatst van de boven naar de onderbuik, donkerbruine urine, pijn in de rug precies boven de taille, extreme dorst, toegenomen urineren, in het bijzonder ’s nachts, minder dan 500 ml per dag, een gevoel van volheid in de blaas en pijn wanneer de urine stroomt, een drogere huid en bruiner huidpigment, opgezette enkels ’s nachts, opgezette ogen in de ochtend, blauwe plekken en hemorrhagie (bloedingen).

Alle belangrijke ziekten van het urinesysteem worden veroorzaakt door toxisch bloed; met andere woorden, door bloed dat vol zit met kleine moleculen van afvalmateriaal en overtollige eiwitten. Galstenen in de lever verminderen de spijsvertering, wat bloed- en lymfeverstopping veroorzaakt en wat het gehele circulatiesysteem, waaronder het urinesysteem, verstoort. Door de galstenen te verwijderen, heeft het urinesysteem een kans om te herstellen, zichzelf te ontdoen van de bestaande opeengehoopte toxines, stenen, enz. en om de vloeistofbalans en een normale bloeddruk te onderhouden. Dit is noodzakelijk voor alle processen in het lichaam om soepel en efficiënt te kunnen verlopen. Er kan een dringende behoefte bestaan om de nieren ook te reinigen.

Verstoring Van Het Zenuwstelsel

Ons hele leven wordt bepaald door hoe we ons voelen. Ons karakter, de manier waarop we ons gedragen, onze interacties met andere mensen, onze stemmingen, begeerten, geduld, tolerantie niveau, en meer worden sterk bepaald door de gezondheidsstaat van ons zenuwstelsel. In onze huidige snelle maatschappij worden we blootgesteld aan tal van condities die verwoesting aanrichting in ons lichaam. De hersenen zijn het controlecentrum voor het gehele lichaam en tenzij het de juiste voeding krijgt, kan je leven fysiek en emotioneel gezien een puinhoop zijn.

Hersencellen zijn erg goed in staat om de hoeveelheid chemicaliën te maken die ze nodig hebben, mits ze bevoorraad worden met de voedingsstoffen die ze nodig hebben om deze chemicaliën te produceren. Hoewel de moderne intensieve landbouw de meeste landbouwgrond uitgeput heeft aan voedingsstoffen (zie Neem geïoniseerde mineralen, Hoofdstuk 5), verschijnen de meeste tekorten aan voedingsstoffen door een slechte prestatie van het spijsverteringssysteem en, in het bijzonder, de lever. Een gebrek aan dergelijke voedingsstoffen kan het vermogen van de hersenen om de chemicaliën die het nodig heeft om optimaal te functioneren, belemmeren.

De hersenen kunnen een behoorlijke lange tijd functioneren met een hoeveelheid voedingsstoffen die beneden de maat is, maar de prijs die daarvoor wordt betaald, bestaat uit een slechte gezondheid, vermoeidheid, gebrek aan energie, stemmingschommelingen, ziekte, pijnen, en ongemak in het algemeen. Sommige tekorten manifesteren zich in mentale ziekten.

Het zenuwstelsel, dat de hersenen, wervelkolom, ruggemerg en schedelzenuwen en autonome functies omvat, is in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit van het bloed. Bloed is samengesteld uit plasma, een strokleurige transparante vloeistof, en cellen. De samenstelling van plasma is water, plasma-eiwitten, minerale zouten, hormonen, vitaminen, voedingsstoffen, organische afvalproducten, antilichamen en gassen. Er zien drie varianten in bloedcellen: witte bloedlichaampjes (leukocyten), rode bloedlichaampjes (erythrocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten). Iedere abnormale verandering in het bloed heeft invloed op het zenuwstelsel.

Alle drie de bloedceltypen worden gevormd in het rode beenmerg, welke gevoed en onderhouden wordt door de voedingsstoffen die door het spijsverteringssysteem aangeleverd worden. Galstenen in de lever hinderen de vertering en assimilatie van voedsel, wat het plasma vult met overmatig afvalmateriaal en dit snijdt de bevoorrading van voedingsstoffen aan het beenmerg af. Dit op zijn beurt verstoort de balans in de bloedcelsamenstelling, onderbreekt de hormonale paden en veroorzaakt abnormale reacties in het zenuwstelsel. De meeste ziekten die betrekking hebben op het zenuwstelsel hebben hun wortels in onjuist samengesteld bloed, waaraan een disfunctionele lever ten grondslag ligt.

Elk van de talloze functies van de lever heeft een directe invloed op het zenuwstelsel, en in het bijzonder op de hersenen. De levercellen zetten glycogeen (complexe suiker) om in glucose welke, naast zuurstof en water, de belangrijkste voedingsstof is voor het zenuwstelsel. Glucose voorziet in het grootste deel van de energie die nodig is. De hersenen, hoewel ze slechts één vijftigste van het lichaamsgewicht uitmaken, bevat zo’n één vijfde van het totale bloedvolume in het lichaam. Het verbruikt enorme hoeveelheden glucose. Galstenen in de lever beperken de toevoer van glucose aan de hersenen en de rest van het zenuwstelsel enorm, wat invloed kan hebben op de prestatie van de organen, zintuigen en verstand. In het begin stadium van onbalans kan iemand hunkeringen naar voedsel ontwikkelen, in het bijzonder naar zoet of zetmeelrijk voedsel, en kan hij/zij frequente stemmingswisselingen of emotionele stress ervaren.

De lever vormt ook de plasma-eiwitten en de meeste bloedstollende stoffen uit de beschikbare aminozuren. Deze functie komt enorm onder druk te staan door de aanwezigheid van galstenen. Als de productie van bloedstollende stoffen daalt, verlaagt het aantal bloedplaatjes en er kan een spontane bloeding of hemorrhagie ontstaan. Als er een hemorrhagie ontstaat in de hersenen, kan dat leiden tot vernietiging van hersenweefsel, verlamming of de dood. De ernst van de bloeding kan worden bepaald door triggers als hoge bloeddruk en alcohol misbruik. Het aantal bloedplaatjes vermindert ook als de productie van nieuwe cellen niet gelijk opgaat met de afbraak van beschadigde of versleten cellen, wat plaatsvindt in de lever zodra galstenen de bloedbevoorrading aan de levercellen afsnijden.

Vitamine K is ook essentieel voor de synthese van belangrijke stollingsstoffen. Het is een in vet oplosbare vitamine die opgeslagen wordt in de lever en er zijn galzouten in de colon nodig om deze te absorberen. Er ontstaat een vitamine K tekort zodra galstenen in de lever en gal de galstroom hinderen, wat weer leidt tot inadequate vetabsorptie.

Zoals reeds eerder besproken kunnen galstenen in de lever leiden tot verstoringen in het vasculaire systeem. Wanneer het bloed verandert en dik wordt, beginnen bloedvaten te verharden en raken ze beschadigd. Als er een bloedklont in een beschadigde slagader ontstaat, kan er een stuk van deze bloedklont (embolie) vast komen te zitten in een kleine slagader ver van de beschadiging en de bloedstroom belemmeren, wat een ischaemie en infarct veroorzaakt. Als het infarct in de hersenen plaatsvindt, wordt dit een herseninfarct genoemd.

Alle circulatieverstoringen hebben invloed op de hersenen en de rest van het zenuwstelsel. De ontwrichting van leverfuncties heeft in het bijzonder effect op de artocyten – cellen die het belangrijkste ondersteunende weefsel van het centrale zenuwstelsel vormen. Deze gesteldheid wordt gekarakteriseerd door apathie, desoriëntatie, delirium, verstarde spieren en coma. Stikstofrijk bacterieel afval dat door de colon geabsorbeerd wordt, wat normaal gesproken door de lever ontgift wordt, bereikt de hersencellen via het bloed. Andere stofwisselingsafvalproducten, zoals ammonia, kunnen toxische concentraties bereiken en de doordringbaarheid van de bloedvaten in de hersenen veranderen en de effectiviteit van de bloed-hersen barrière verminderen. Dit kan verschillende schadelijke substanties in staat stellen de hersenen te bereiken, evenals het veroorzaken van nog meer schade. Als de neuronen van de hersenen niet langer voldoende voeding ontvangen, is er sprake van het verschrompelen van hersenweefsel (atrofie), wat leidt tot dementie of de ziekte van Alzheimer. In het geval de neuronen, die verantwoordelijk zijn voor de productie van het hersenhormoon dopamine, lijden aan ondervoeding, is ziekte van Parkinson het resultaat. Multiple Sclerosis (MS) verschijnt wanneer de cellen die myeline (een huls van vettig materiaal dat de meeste axonen van de zenuwcellen omgeeft) produceren aan ondervoeding lijden. Het myeline omhulsel raakt aangetast en de axonen raken beschadigd.

De lever beheert de spijsvertering, de absorptie en de stofwisseling van de vettige substanties door het gehele lichaam. Galstenen hinderen de vetstofwisseling en ze beïnvloeden de cholesterolniveaus in het bloed. Cholesterol is een essentiële bouwsteen voor alle lichaamscellen en het is nodig voor ieder stofwisselingsproces. Onze hersenen bestaan voor meer dan 10 % uit puur cholesterol (alle water verwijdert). Cholesterol is belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen en de hersenfuncties. Het beschermt de zenuwen tegen schade en verwonding. Ongebalanceerde bloedvetten kunnen het zenuwstelsel diepgaand beïnvloeden en ze kunnen daardoor bijna ieder type ziekte in het lichaam veroorzaken. Het verwijderen van galstenen uit de lever en de galblaas verhoogt de voedingsstoffen toevoer aan alle cellen en het ‘verjongt’ daarmee het zenuwstelsel en het verbetert alle functies in het lichaam.

Verstoringen Van Het Beenderenstelsel

Hoewel botten het hardste weefsel zijn in het lichaam, is het desalniettemin erg levend. Het menselijk bot bestaat voor 20 % uit water,

30 – 40 % uit niet-organische materiaal, zoals calcium. Botweefsel bevat veel bloed- en lymfevaten en zenuwen. De cellen die verantwoordelijk zijn voor gebalanceerde botgroei zijn de osteoblasten en de osteoclasten. Osteoblasten zijn de botvormende cellen, terwijl osteoclasten verantwoordelijk zijn voor de resorptie van botten om ze in optimale conditie te houden. Een derde groep cellen, bekend als de chondrocyten, hebben de opdracht kraakbeen te vormen. Rood beenmerg, dat rode en witte bloedlichaampjes produceert, wordt aangetroffen in de minder dichte delen van het bot, het zogenaamde spongieus botweefsel.

De meeste botziekten ontstaan zodra de botcellen niet langer voldoende voeding krijgen. Galstenen in de lever leiden altijd tot verstopping van de lymfe in het maagdarm traject en, als gevolg daarvan, in andere delen van het lichaam (zie Verstoringen van het circulatiesysteem). Goede botgezondheid is het resultaat van aanhoudende balans tussen de functies van de osteoblast- en osteoclastcellen. Deze delicate balans raakt verstoort zodra onvoldoende voedingsstoffenbevoorrading de productie van nieuw botweefsel door osteoblasten vertraagt.

Osteoporose is het gevolg als de hoeveelheid botweefsel vermindert is, doordat de groei van nieuw bot niet gelijk op gaat met afbraak van oud bot. Spongieuse botweefsel raakt over het algemeen eerder aangetast dan compact bot. Compact bot vormt de buitenste laag van het bot.

Bij osteoporose in het algemeen wordt overmatig calcium geresorbeerd uit het bot, daardoor stijgen de calciumwaarden in het bloed en de urine. Dit maakt iemand vatbaar voor het ontstaan van stenen in de nieren en kan het uiteindelijk leiden tot nierfalen. Galstenen in de lever verminderen de galproductie aanzienlijk. Gal is essentieel voor de absorptie van calcium door de dunne darm. Zelfs al was er veel calcium beschikbaar uit voedsel of door voedingssupplementen, een tekort aan gal maakt het grootste deel van de ingenomen calcium onbruikbaar voor botformatie en andere belangrijke stofwisselingsprocessen. Bovendien verhoogt de aanwezigheid van galstenen in de lever het niveau van schadelijke zuren in het bloed, waarvan een deel geneutraliseerd wordt door calcium dat vrijgemaakt wordt uit de botten en het gebit. Uiteindelijk raken deze calciumreserves uitgeput, waardoor de botdichtheid en de botmassa vermindert. Dit kan tot bot- en heupbreuken leiden en zelfs tot de dood. Met al meer dan de helft van de vrouwen boven de 50 getroffen door osteoporose (zij het alleen in geïndustrialiseerde landen), is het duidelijk dat de huidige aanpak van het innemen van hormonen of calciumsupplementen een schot in het duister is; het behandelt op geen enkele manier de onbalans in de lever en de galblaas.

Rachitis (ook wel Engelse ziekte) en Osteomalacia zijn ziekten die het verkalkingsproces van de botten treft. In beide gevallen worden de botten zacht, in het bijzonder die in de onderste ledematen, waardoor deze gebogen raken door het lichaamsgewicht. De in vet oplosbare vitamine D, calciferol, is essentieel voor een gebalanceerde calcium- en fosforstofwisseling en, om die reden, gezonde botstructuren. Onvoldoende galafscheiding en een verstoring van de cholesterolstofwisseling, die beide veroorzaakt worden door galstenen in de lever, leiden tot een tekort aan vitamine D. Een gebrek aan blootstelling aan ultraviolet licht verergert de situatie nog verder.

Infectie van de botten, of osteomyelitis, kan het gevolg zijn van een voortdurende lymfeverstopping in het lichaam, in het bijzonder in of rond de botten. Als gevolg daarvan hebben microben in het bloed ongehinderd toegang tot de botten. De microben kunnen van origine uit de galstenen, een tandabces of een steenpuist komen.

Kwaadaardige tumoren in het bot kunnen ontstaan wanneer de lymfatische verstopping extreme proporties heeft bereikt. Het immuunsysteem is onderdrukt en delen van kwaadaardige tumoren uit de borst, longen of prostaat kunnen zich verspreiden naar die botten die de beste bloedtoevoer hebben, dat wil zeggen het spongieuse botweefsel. Botkanker en alle andere botziekten betekenen een gebrek aan voeding aan het botweefsel. Ze weerstaan over het algemeen behandeling, tenzij alle galstenen uit de lever verwijdert zijn en alle andere organen en eliminatiesystemen gezuiverd zijn van iedere vorm van obstructie.

Verstoringen Van De Gewrichten

Er zijn drie typen gewrichten in ons lichaam: fibreus of vaste gewrichten, cartilagineuse of licht beweegbare gewrichten en synoviale of vrij beweegbare gewrichten. Het meest vatbaar voor ziekten zijn de gewrichten van de handen, voeten, knieën, schouders, ellebogen en heupen. Onder de meest voorkomende ziekten treffen we reumatische artritis, osteoartritis en jicht aan.

De meeste mensen met reumatische artritis hebben een lange geschiedenis van darmklachten: opgeblazen gevoel, winderigheid, zuurbranders, boeren, constipatie, diarree, koude en gezwollen handen en voeten, toegenomen transpiratie, algehele vermoeidheid, gewichtsverlies, enz. Het is derhalve redelijk om te concluderen dat reumatische artritis verbonden is met ieder van deze, of gelijkwaardige symptomen van ernstige darm- en stofwisselingsmoeilijkheden. Ik heb al deze bovengenoemde symptomen persoonlijk ervaren terwijl ik periodiek leed aan jeugdreuma tijdens mijn kinderjaren.

Het maagdarm traject wordt constant blootgesteld aan een groot aantal virussen, bacteriën en parasieten. De vele antigenen (niet- lichaamseigen stoffen) die in voedsel zitten in aanmerking genomen, kan het spijsverteringssysteem ook te kampen hebben met insecticiden, pesticiden, hormonen, antibiotica resten, conserveringsmiddelen en kleurstoffen, wat tegenwoordig in zoveel levensmiddelen voorkomt. Andere antigenen betreffen pollen van bloemen, planten, planten antilichamen, schimmels, bacteriën en medicijnen die grote moleculen hebben, zoals penicilline. Het is de taak van het immuunsysteem, waarvan het grootste deel gelokaliseerd is in de darmwand, om ons te beschermen tegen al deze potentieel schadelijke indringers en substanties. Om in staat te zijn deze taak dagelijks uit te kunnen voeren, moeten zowel het spijsverterings- als het lymfesysteem vrij van obstructies blijven en efficiënt functioneren. Galstenen in de lever verstoren het spijsverteringsproces ernstig, wat leidt tot een overbelasting aan toxische substanties in het bloed en de lymfe, zoals hierboven beschreven (zie Verstoringen van het circulatiesysteem).

Artritis wordt beschouwd als een auto-immuunziekte die de synovial membraam aantast. Auto-immuniteit, een gesteldheid waarbij het immuunsysteem immuniteit tegen de eigen cellen ontwikkelt, is het resultaat wanneer antigeen/antilichaam complexen (rheumatoïde factoren) gevormd worden en aanwezig zijn in het bloed. Vanzelfsprekend raken de B-lymphocyten (immuuncellen) in de darmwand gestimuleerd en produceren ze antilichamen (immunoglobulinen) zodra ze in contact komen met deze antigenen. De immuuncellen circuleren in het bloed en sommige vestigen zich in de lymfeknopen, de milt, de slijmvliezen van de speekselklieren, het lymfesysteem van de bronchieën, de vagina of de baarmoeder, de melkproducerende borstklieren in de borsten en kapsels in de gewrichten.

Als er herhaalde blootstelling is aan dezelfde typen toxische antigenen, stijgt de productie van de antilichamen dramatisch, in het bijzonder in gebieden waar immuuncellen zich hebben gevestigd als gevolg van voorgaande ontmoetingen met de indringers. Deze schadelijke antigenen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit eiwitbestanddelen van verrottend dierlijk voedsel. In zo’n geval kan er sprake zijn van intensieve microbiële activiteit. Een nieuw treffen met de antigenen verhoogt het niveau van antigeen/antilichaam complexen in het bloed en verstoort de subtiele balans die bestaat tussen de immuunreactie en zijn onderdrukking. Auto-immuun ziekten, die een indicatie zijn voor een extreem hoog niveau van vergiftiging in het lichaam, zijn direct een gevolg van verstoring in deze balans. Als de antilichaamproductie continue hoog is in de synoviale gewrichten worden de ontstekingen chronisch, wat leidt tot toenemende vervorming, pijn en verlies van functie. Dit overbelasten van het immuunsysteem leidt tot zelfvernietiging van het lichaam. Als deze vorm van zelfvernietiging optreedt in zenuwweefsel, wordt het MS genoemd en als het in orgaanweefsel optreedt, noemen we het kanker. Nu vanuit een dieper perspectief bezien, is deze zelfvernietiging slechts een laatste poging tot zelfbehoud. Het lichaam valt zichzelf alleen aan als de vergiftiging meer schade kan aanrichten dan de auto-immuun reactie zou doen. Ze kunnen het vermogen van het lichaam om zichzelf te voeden en te zuiveren lamleggen.

Osteoartritis is een degeneratieve niet-ontstekende ziekte. Het verschijnt wanneer de vernieuwing van de articulare cartilage (een gladde, sterke laag, die de botten die in contact komen met andere botten bedekt) niet gelijk opgaat met de verwijdering. De articulare cartilage wordt geleidelijk aan dunner, totdat uiteindelijk de botoppervlakten in contact komen met elkaar en beginnen te degenereren. Abnormaal botherstel en chronische ontsteking kunnen deze vorm van letsel opvolgen. Deze ziekte wordt ook veroorzaakt door langdurige verstoringen in de spijsvertering. Als er minder voedingsstoffen geabsorbeerd en gedistribueerd worden voor het opbouwen van weefsel, wordt het in toenemende mate moeilijker om een gezonde voedingswaarde voor botten en articulair kraakbeen (articulare cartilage) in stand te houden. Galstenen in de lever schaden de basis spijsverteringsprocessen en ze spelen om die reden wellicht de belangrijkste rol bij de ontwikkeling van osteoartritis.

Jicht, wat een andere gewrichtsziekte is die direct gekoppeld is aan slechte leverprestatie, wordt veroorzaakt door urinezuurkrilstallen in de gewrichten en pezen. Jicht verschijnt bij sommige mensen van wie de urinezuurwaarden in het bloed abnormaal hoog zijn. Zodra galstenen in de lever de bloedcirculatie in de nieren beginnen te beïnvloeden (zie Verstoringen in het urinesysteem), wordt de afscheiding van urinezuur inefficiënt. Dit veroorzaakt ook toenemende cel beschadiging en cel vernietiging in de lever en de nieren, evenals in andere delen van het lichaam.

Urinezuur is een afvalproduct van het afbraakproces van het celnuclei, dat wordt geproduceerd in overmaat bij de toenemende vernietiging van cellen. Sigaretten roken, regelmatig alcoholische dranken drinken, stimulerende middelen gebruiken, enz., veroorzaken duidelijk celvernietiging, welke grote hoeveelheden gedegenereerd celeiwit vrij laat in de bloedstroom. In toevoeging hierop, stijgt de productie van urinezuur sterk bij overconsumptie van eiwitrijk voedsel, zoals vlees, vis, eieren, kaas, enz.  Daarbij komt dat alle bovengenoemde levensmiddelen en substanties leiden tot galsteenvorming in de lever en galblaas. Er kan sprake zijn van enkele acute aanvallen van artritis voordat de schade aan de gewrichten de mobiliteit vermindert en de jicht chronisch wordt.

Verstoring Van Het Voortplantingssysteem

Zowel het vrouwelijke als het mannelijke voortplantingssysteem is in grote mate afhankelijk van het soepel functioneren van de lever. Galstenen in de lever verstoppen de beweging van de gal door de galkanalen, wat de spijsvertering hindert en de structuur van de leverlobulae vervormt. Dit vermindert de productie van serum albumine in de lever. Serum albumine is het meest algemene en veel voorkomende eiwit in het bloed en het is verantwoordelijk voor het onderhouden van de plasma osmotische druk op z’n normale niveau van 25 mmHg, en stollingsfactoren, essentieel voor het stremmen van het bloed. Onvoldoende osmotische druk snijdt de bevoorrading van voedingsstoffen aan de cellen af, inclusief die aan de voortplantingsorganen. Dit kan leiden tot verminderde lymfedrainage en, als gevolg daarvan, tot het vasthouden van vocht en edema, evenals het vasthouden van stofwisselingsafval en het geleidelijk aan verminderen van de seksuele functies.

De meeste ziekten van het voortplantingssysteem zijn het gevolg van onjuiste lymfedrainage. De thoracaal kanaal (zie Verstoringen van het circulatiesysteem) draineert lymfevloeistof van alle organen van het spijsverteringssysteem, waaronder de lever, milt, pancreas, maag en darmen. Dit grote kanaal raakt vaak ernstig verstopt wanneer galstenen in de lever een verstoorde vertering en absorptie van voedsel tot gevolg hebben. Het is duidelijk, maar slechts zelden onderkent, dat verstopping in de thoracaal kanaal de organen van het voortplantingssysteem beïnvloedt. Beschadigde lymfedrainage in het vrouwelijke bekkengebied is verantwoordelijk voor onderdrukte immuniteit, menstruatieproblemen, PMT, menopauze symptomen, bekkenontsteking (PID), cervicitis, alle urineweg aandoeningen, vulva distrofie met groei van bindweefsel, cysten en tumoren aan de eierstokken, celvernietiging, hormonale tekorten, lage libido, onvruchtbaarheid en genetische mutaties van cellen die tot kanker leiden. Thoracale blokkade kan ook leiden tot verstopping van de lymfe in de linker borst, waarbij resten van schadelijke substanties achterblijven die ontsteking, klontvorming en zelfs tumoren kunnen veroorzaken. Als het rechter lymfatische kanaal, welke lymfe draineert van de rechter helft van de thorax, hoofd, nek en rechter arm, verstopt raakt, worden toxines in de rechterborst vastgehouden, wat leidt tot gelijke problemen daar.

Continue beperking van de lymfedrainage in het mannelijke bekkengebied veroorzaakt goedaardige en kwaadaardige prostaatvergroting, ontsteking in de testis, penis en urinekanaal. Impotentie is een waarschijnlijk gevolg van deze ontwikkeling. De consequente toename van galstenen in de lever, een veel voorkomend verschijnsel bij mannen van middelbare leeftijd in welvarende samenlevingen, is één van de belangrijkste oorzaken voor lymfeblokkade in dit vitale deel van het lichaam.Geslachtsziekten verschijnen wanneer er sprake is van een hoog niveau aan toxische stoffen in het blootgestelde gebied als gevolg van lymfeverstopping, voorafgaand aan microbiële infectie. De falende capaciteit van het lymfesysteem bij het afweren van binnendringende organismen veroorzaakt de meeste voortplantings- en seksuele problemen.

Door alle galstenen uit de lever te verwijderen en maatregelen voor een gezond dieet en levensstijl te treffen, kan de lymfatische activiteit weer normaliseren. Het weefsel van het voortplantingssysteem krijgt weer verbeterde voeding en wordt meer resistent. Infecties verdwijnen; cysten, bindweefsel en tumoren worden afgebroken en verwijdert; de seksuele functies worden hersteld.

Verstoringen Van De Huid

Bijna alle huidziekten zoals eczeem, acne en psoriasis hebben één ding met elkaar gemeen: galstenen in de lever. Bijna iedereen met huidziekte heeft ook darmproblemen en onzuiver bloed in het bijzonder. Deze worden hoofdzakelijk veroorzaakt door galstenen en de schadelijke effecten die ze op het lichaam als geheel hebben. Galstenen dragen bij aan talloze problemen in het gehele lichaam – in het bijzonder in het spijsverterings-, circulatie- en urinesysteem. In een poging om te elimineren waartoe de colon, nieren, longen, lever en het lymfesysteem niet in staat waren om te verwijderen of te ontgiften, raakt de huid overstroomt en overbelast met zuur afval. Het toxische materiaal wordt eerst in het bindweefsel opgeslagen, onder de dermis (huid). Zodra dit ‘afvaldepot’ verzadigd is, begint de huid te disfunctioneren.

Buitensporige hoeveelheden schadelijke substanties, celafval, microben van verschillende bronnen, zoals galstenen, en verscheidene allergenen van onvolledig verteerd voedsel verstoppen het lymfesysteem en verhinderen correcte lymfedrainage van diverse huidlagen. De toxines en bedorven eiwitten van beschadigde en vernietigde huidcellen trekken microben aan en worden een bron van constante irritatie en ontsteking in de huid. Huidcellen beginnen te lijden aan ondervoeding, wat hun normale interval van vervanging, zo’n één keer per maand, aanzienlijk vermindert. Dit kan ook extensieve schade aan de huidzenuwen toebrengen.

Als de afscheidingsklieren, die hun afscheiding, sebum, in de haarfollikels laten stromen, een tekort aan voedingsstoffen krijgen, wordt de haargroei abnormaal en in het bijzonder het haar van de hoofdhuid valt uit. Zodra er een tekort aan melanine ontstaat, wordt het haar grijs. Sebumtekort verandert ook de gezondheidstextuur van het haar en maakt het haar slap en onaantrekkelijk. Op de huid werkt sebum als een bactericide en een fungicide middel, preventief werkend tegen invasies van microben. Het voorkomt ook het uitdrogen en barsten van de huid, in het bijzonder wanneer het blootgesteld wordt aan zonneschijn en hete, droge lucht.

Genetische voorbestemming met betrekking tot het ontwikkelen van kaalheid of iedere andere huidverstoring is geen hoofdoorzaak, zoals vaak wordt aangenomen. Het gezond functioneren van de huid wordt hersteld en haargroei, in het bijzonder bij vrouwen, wordt weer normaal zodra alle galstenen verwijdert zijn en de colon en de nieren/blaas schoon gehouden worden (voor details over colon irrigatie en nierzuivering verwijs ik naar mijn eerder verschenen boek, Timeless Secrets of Health and Rejuvenation).

Conclusie

Galstenen zijn een belangrijke oorzaak van ziekte in het lichaam. Ze verminderen het functioneren van het meest complexe, veelzijdige en invloedrijke orgaan van het lichaam – de lever. Niemand heeft ooit een kunstmatige lever uitgevonden, omdat het zo complex is. Op de tweede plaats, na de hersenen, in complexiteit, denkt de lever de meest ingewikkelde spijsverterings- en stofwisselingsprocessen uit, waardoor het ‘t leven en de gezondheid van iedere cel in het lichaam beïnvloedt. Door de obstakels te verwijderen die de lever verhinderen haar taak op juiste en efficiënte wijze uit te voeren, kan het lichaam terugkeren naar een staat van continue balans en vitaliteit.